Is Israël een probleem?

Knesset Menorah Shema inscriptionDit jaar vieren we 75 jaar bevrijding. Helaas met horten stoten, omdat een microspisch kleine ziektekiem roet in het eten gooit. Maar misschien laten die strubbelingen ook onbedoeld zien dat we driekwart eeuw na dato nog steeds niet echt geleerd hebben hoe antisemitisme begint. Want wat dat betreft strubbelt het nog steeds. Op kerkelijk erf blijkt bijvoorbeeld steeds vaker de naam Israël een probleem te zijn. Een paar voorbeelden.

Liberale theologen vinden dat de Protestantse Kerk wel zonder Israëltheologie kan. Voor hen is ‘Israël’ vooral een historisch begrip: het bijbelse volk waaruit ooit jodendom en christendom zijn voortgekomen. Maar die gingen eigen wegen en ‘Israël’ mag de kerk vandaag niet meer in de weg zitten. Het “toch al vage kerkordeartikel” mag de kerk wel schrappen (Kerkorde Art. I lid 7). Dat de Duitse kerk op precies dezelfde manier begonnen is met alle Joodse wortels te verwijderen uit kerk en geloof en tenslotte zelfs uit het Evangelie, lijken ze niet te zien als ernstige waarschuwing. Dat Susannah Heschel dat in haar boek The Aryan Jesus (2008) tot op de graat heeft gefileerd, hebben ze kennelijk gemist. Het liberale verweer blijft bij een automatisch ‘Maar wij zijn toch geen antisemieten?’ Nee, maar theologie los van Israël is daar telkens weer op uitgelopen en van theologen mag verwacht worden dat ze dat terdege onderkennen.

Dan was er recent de rel over een brief van de Raad van Kerken in Nederland aan de minister van buitenlandse zaken. De minister wordt daarin opgeroepen tot een boycot van Israël als de plannen van de Israëlische regering tot annexatie van Palestijnse gebieden uitgevoerd worden. Dat een boycot het bestaansrecht van de staat Israël aantast, lijkt van geen belang te zijn. Begrijpelijkerwijs brak een kerkelijke storm van protest los en was ook het commentaar van Joodse zijde terecht vlijmscherp. Geschrokken nam de Raad van Kerken flink gas terug. Maar wat betekent het nu echt voor die Raad dat hij “zich diep verbonden (weet) met het Joodse volk als volk van het Verbond“? En hoe gaat hij om met de vervangingstheologie die nog volop levend is bij onze christenbroeders en -zusters in Israël en Palestina? Hoe je het ook wendt of keert, de staat Israël en de Joden worden toch specifiek doelwit. Lees Susannah Heschel… En lees hier meer over BDS (Boycot, Desinvestering en Sancties).

En dan loopt er momenteel nog een interne rel in de Protestantse Kerk. Het landelijke kwartaalschrift Kerk & Israël Onderweg was recent al samengevoegd met het maandelijkse kerkblad Woord & Weg. Dat werd gewoon beslist op het hoofdkantoor zonder overleg met classicale werkgroepen voor Kerk & Israël, maar per saldo doet het de zaak geen kwaad. Want het blad komt nu bij 5x zoveel mensen in de bus. Als ons om advies was gevraagd, hadden we zeker vóór gestemd. Maar nu wil men, opnieuw zonder enig overleg met de officiële organen voor Kerk & Israël, de naam wijzigen in zoiets algemeens als ‘Onderweg met het jodendom’ ofzo. De voorzeide organen hebben al flink geprotesteerd en het laatste woord is er zeker nog niet over gezegd. Want waarom moet ‘Israël’ uit de naam verdwijnen?

Dan blijkt dat een theologisch zwaarwegend en politiek beladen woord als ‘Israël’ gewoon door de Afdeling communicatie van de ‘Diensten’-organisatie wordt, eh… geboycot. Niet op theologische gronden en ook niet uit politieke overwegingen, maar enkel omdat mensen ‘Israël’ maar zouden verwarren met die staat aan de oostkust van de Middellandse Zee. Ofwel, ‘Israël’ verkoopt niet goed. Een algemene term als ‘jodendom’ ligt beter in de markt. Ja, waarom dan niet ook ‘op weg met de islam’ of ‘onderweg naar het boeddhisme’, om niet te spreken van het vliegend spaghettimonster?

Israël is het bijbelse volk. Israël is het fundament waarop Jezus en de apostelen staan. Israël is het verbond dat het Joodse volk door de eeuwen heen gedragen heeft. En ja, Israël is ook een struikelblok omdat dat land onverbrekelijk bij dat Joodse volk hoort maar tegelijk onontkoombaar de woede of afgunst van de wereld naar zich toe lijkt te trekken. De Protestantse Kerk heeft altijd geworsteld met de vragen die dat oproept, theologisch, diakonaal, missionair, pastoraal èn politiek. Ik hoop dat zij nog vele decennia blijft worstelen met zoiets onmogelijks als een ‘dubbele solidariteit’, want dat houdt haar scherp. Geloof gaat immers altijd tegelijkertijd over dat wat geen oog gezien en geen oor gehoord heeft èn over de dagelijkse zorgen om een veilige woonplaats, genoeg voor iedereen en rechtvaardig bestuur. Die twee kanten zorgen altijd voor scherpe kanten. Maar de scherpe kantjes eraf halen uit verkoopmotieven is de kerk onwaardig.

Moeten we ons dan zo druk maken om toch een kleinigheid als een naamswijziging van een intern kerkelijk blad? Jazeker, want alle kwaad begint klein. Zo klein dat het nauwelijks opvalt en we er vanzelf aan wennen. Dan groeit het verder en op een dag zien we met schrik dat we er niet meer vanaf komen. Zo gaat het immers met de jetser hara, de ‘kwade neiging’ van de mens. Rabbi Rava zei het zo: “De kwade neiging wordt eerst een ‘reiziger’ genoemd, dan een ‘gast’, en uiteindelijk een ‘meester’.” We zijn gewaarschuwd!

Klok met het Synagogale en het Kerkelijk Jaar

Klok met het synagogale en het kerkelijk jaar
door Jonette de Hoop, lid classicale Kerk en Israël Werkgroep  Overijssel-Flevoland

”De liturgische klok is
een weerspiegeling
van de relatie met Israël,
waaraan de  gemeente
uitdrukking wil geven”.
(C.B.V)

Met deze woorden begint
de brochure over de
liturgische klok die uitleg
geeft bij de klok
die hangt in de kerkzaal van
het Open Hof in Kampen.                                                                                                 (C.B.V)

Eind jaren 90 is in het Open Hof in Kampen, in de toen nog hervormde wijkgemeente,  een taakgroep liturgie gestart, waarin ik mocht deelnemen. Het  eerste doel was de gemeente informeren over van  alles in en rondom de eredienst. Daaronder viel ook:  het kerkelijk jaar en de daarbij behorende kleuren. In een kerk in ’s-Hertogenbosch zag ik een klok hangen die de feesten en de kleur van het kerkelijk jaar aangaf. Een manier om uitleg zichtbaar te maken.

Omdat we binnen onze gemeente ook heel bewust bezig waren met onze joodse wortels kon uitleg over het synagogaal jaar, het synagogaal leesrooster en van de joodse feest- en gedenkdagen, niet ontbreken. Exegese van de Schrift ging in onze gemeente niet zonder luisteren naar de uitleg van Israël van de joodse geschriften.

Vanuit deze visie zijn in de klok het synagogaal jaar en het kerkelijk jaar samengebracht.
De eerste versie was een eenvoudige uitvoering van multiplex: twee schijven die ten opzichte van elkaar konden draaien, met daar op geschilderd het kerkelijk jaar, met al zijn zondagen en de daarbij behorende kleuren (op de grootste schijf), het synagogaal jaar (op de bovenste,  kleinste schijf) en een wijzer. De platen konden ten opzicht van elkaar draaien; immers het zonnejaar en het maanjaar gaan niet precies gelijk op.

Sinds Pasen 2012 is de liturgische klok vervangen door een heel mooi, nieuw ontwerp. Hij is gemaakt door twee gemeenteleden, vader (ontwerp) en zoon (realisatie).
De klok is uitgevoerd in koper en staal.

Op de buitenste koperen ring staande 52 zondagen van het kerkelijk jaar genoemd; de Latijnse of Nederlandse namen van de zondagen of de periode waar in de zondag valt zijn op de buitenste rand geschreven met de daarbij behorende kleur.  Dan volgt een stalen ring met de maanden van het joodse jaar. Op een blauwe achtergrond staan de negen belangrijkst joodse feesten. Omdat de data van het kerkelijk jaar en het synagogaal jaar niet elk jaar gelijk lopen, kan deze kan los van de buitenste ring draaien.

In het centrum van de klok is de verbondenheid van de kerk met Israël heel duidelijk verbeeld. Het centrum laat een Davidsster en het Chi-Rhoteken zien. Over deze uitvoering is lang nagedacht. Mogen we deze beide tekens zomaar in elkaar plaatsen? Duidelijk was dat ze los van elkaar zouden moeten staan. De Davidsster en het Christusmonogram bewegen daarom onafhankelijk van elkaar, de Davidsster draait mee met de ring van het synagogaal jaar, het Christusmonogram met de ring van het kerkelijk jaar.

Zo wordt duidelijk dat de Messias uit Israël is, iets dat binnen het Open Hof dikwijls benoemd is, maar in het verleden in de kerk nog wel eens is vergeten.

Het Chi-Rhoteken is van rood koper, net als de buitenste rand, de Davidsster is van messing (geel). Op de buitenrand van de klok is een geel koperen wijzer geplaatst, die iedere zondag met de hand verschoven wordt.

Door iedere zondag via de beamer voorafgaand aan de dienst de namen en lezingen van het kerkelijk jaar te noemen en de lezing die op de sabbat voorafgaand aan de zondag in de synagoge is gelezen, hopen we dat we ons er iedere zondag aan herinneren dat wij mogen meelezen met het joodse volk.

Voor de gegevens van de uitvoering van de klok heb ik gebruik gemaakt van de brochure die voor de gemeente van het Open Hof geschreven is, door de maker van de klok.

Over peace-building en peace-making

Over peace-building en peace-making

 Van 20 tot 31 januari van dit jaar vond in het kader van de Permanente Educatie van de Protestantse Theologische Universiteit de vierde studiereis naar Israël plaats. Aan deze studiereis namen wij, Leon en Paulineke Eigenhuis, deel.  De reis stond o.l.v. prof. Dr. Dineke Houtman. Over deze reis valt veel te vertellen. Tijdens de reis maakten we onder andere kennis met rabbijn Ron Kronish en zijn gedachten over peace-building en peace-making. Over zijn ideeën willen we nu graag wat schrijven, omdat ze de moeite waard zijn om ze met anderen te delen.

Ron Kronish is één van de belangrijke krachten achter het interreligieuze vredesproces in Israël. Geboren en opgeleid tot rabbijn in Amerika woont hij nu alweer decennia in Israël waar hij het vredesproces op de voet volgt. In boeken en artikelen in tijdschriften en websites deelt hij, hoewel gepensioneerd, nog steeds zijn inzichten en overtuigingen in wat hij noemt ‘The Other Peace Process’.  Hij maakt namelijk onderscheid tussen peace- making en peace- building. Waar peace- making vaak een kwestie is van “pieces of paper”, een aangelegenheid voor politici, juristen, ambtenaren en beleidsmakers, vindt peace- building vooral plaats tussen “gewone” mensen, gestimuleerd door onderwijzers, religieuze leiders en sociaalwerkers. Beide processen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, en hebben elkaar nodig. In de loop van jaren hebben Kronish en zijn medewerkers gaandeweg ontdekt hoe vruchtbaar gewerkt kan worden aan peace-building. De basis ligt in het empathisch luisteren en werkelijk verstaan van elkaar. In het proces van elkaar leren kennen en begrijpen neemt het gezamenlijk lezen van religieuze teksten vervolgens een belangrijke plaats in. In die teksten wordt immers vaak de bron gevonden waarmee mensen de wereld om zich heen interpreteren en van betekenis voorzien. Wie op deze manier ontdekt welke waarden en doelen gedeeld worden, kan daarna gaan werken aan concrete projecten, waarin vrede en verzoening zichtbaar en tastbaar wordt.  Twee of drie mensen kunnen immers het begin zijn van een verandering.

Waar in de jaren negentig van de vorige eeuw deze manier van werken volop vrucht leek af te werpen en zorgde voor hoop en optimisme, is Kronish eerlijk genoeg om te erkennen dat zijn initiatieven (nog) geen definitieve doorbraak hebben bewerkstelligd. Toch houdt hij hoop. Voor de toekomst ziet hij tenminste drie aandachtsgebieden waar het vredesproces zich op kan richten. Het eerste is het gesprek tussen Jodendom en islam. Tot nu toe lag het accent vooral op een beter verstaan tussen Joden en christenen, en moest afgerekend moest worden met antisemitische tendensen in de westerse wereld. Tegenwoordig is antisemitisme vooral vindbaar in de Arabische wereld en de islam. Daar is het proces van peace- building dus hard nodig. Een tweede terrein is te vinden op het vlak van peace- making. Steeds weer is gebleken dat in het verzoeningsproces een derde onafhankelijke partner van doorslaggevende invloed kan zijn. Vaak heeft Amerika deze rol van bemiddelaar op zich genomen, maar in de vredesplannen van de huidige Amerikaanse president ziet Kronish geen heil. Elementaire regels voor verzoening, zoals het aanvaarden van elkaars gelijkwaardigheid en empathisch luisteren naar elkaars pijn, worden immers met voeten getreden. Wellicht dat andere (Europese?) partijen kunnen opstaan en vooropgaan in de verzoening. Bovendien moet op dit niveau van peace-making ook beter onderzocht worden wie er voordeel van heeft om de huidige politieke situatie te laten voortbestaan. Het aan het licht brengen van deze tot nu toe vaak onzichtbare krachten en machten zal kunnen helpen in het wegnemen van de hindernissen waar het huidige vredesproces op vastloopt. Een derde punt is de rol van religie. Nieuwe generaties vredesactivisten lijken minder terug te grijpen op religieuze overtuigingen dan op algemene humanitaire waarden, zoals gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid. Ze kiezen nieuwe vormen en terminologie voor hun verzoeningsprojecten. Kronish juicht dat van harte toe. Toch is het ook een punt van zorg, omdat de invloed van ultraorthodoxe religieuze groeperingen op dit moment juist toe lijkt te nemen, niet alleen in Israël, maar ook daarbuiten.

We vonden Kronish’ betoog helder en stimulerend. Niet alleen omdat zijn onderscheid tussen peace- building en peace- making een methode oplevert die in veel conflictsituaties bruikbaar is, maar ook omdat het aan “gewone” mensen een mogelijkheid biedt om in hun eigen sociale en maatschappelijke leven, concrete vredesstappen te zetten. Ook al stelt het je teleur wat er op het niveau van peace- making gebeurt, dat neemt niet weg dat je binnen je eigen mogelijkheden kan blijven werken aan peace- building.

Leon Eigenhuis en Paulineke Eigenhuis – de Kool, Lemele.

(Over hun studiereis naar Israël bereiden Leon en Paulineke een presentatie voor die ze in Lemele zullen houden. Aan de hand van hun ervaringen zullen een aantal onderwerpen over Israël en de relatie tussen de Kerk en het volk Israël aan de orde komen.)

Kerk & Israël, kurios en de NAAM

Kerk & Israël, kurios en de NAAM

Wat de feitelijke zin van Kerk & Israël is hoef ik op deze site niet uit te leggen. Toch? De bezoekers van deze site zijn meestal op de hoogte van de Joods-christelijke verhouding of zoals u wilt de Joods-christelijke dialoog. ‘Kerk & Israël’, de naam zegt het al. De kerk, dat moge duidelijk zijn, het is wereldwijd en evenzo groot, landelijk, plaatselijk, en alle denominaties die het ook is. Maar ‘Israël’, dat is niet alleen het land en ja, ook de Staat (niet zonder kritiek) – want de mensen in dat land vormen samen ook een Staat, en het volk natuurlijk, en dat dan weer wereldwijd. Maar, meer nog dan dat, het is ook een begrip, maar vooral: het zijn mensen van vlees en bloed. De kerkorde van de PKN zegt dat ‘De kerk geroepen is gestalte te geven aan haar onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël.’ Wat onopgeefbaar is, dat kun je niet opgeven en niet verbreken. Het is volgens de Nederlandse taal een niet bestaand woord, bedacht – volgens de overlevering – door een secretaresse van het bureau Kerk & Israël in Leusden. Sinds die tijd struikelen er velen over.

Bij Kerk & Israël geven we niet op, want we zijn onopgeefbaar verbonden. In het woord ‘verbonden’ zit het woord ‘verbond’. Dat woord ligt in de Joods-christelijke verhouding nogal gevoelig, maar het geeft ook richting. Immers de Eeuwige heeft het verbond met Israël nooit opgezegd.

In de vele gesprekken over Kerk & Israël komt vaak de vraag naar de zin terug. Als ik voorzichtig probeer uit te leggen dat we niets van het Tweede testament kunnen begrijpen zonder het Jodendom, dan komt er bij mensen eerst een soort gevoel van onbegrip. Immers, hoezo? Wat heeft het christendom toch met dat Jodendom? Dat Jezus een Jood was in het Joodse land Israël, ook dat herkennen de meesten nog wel. Dat wij de Eeuwige hebben leren kennen door die Joodse zoon, daar wordt het serieuzer. Zeggen dat christendom zonder Jodendom heidendom is, daar moet men langer over nadenken. Zonder Israël – in de volle brede betekenis – is de Bijbel een vreemd boek.

In de afgelopen maanden hebben wij als Classicale Werkgroep Groningen Drenthe een onderzoek gedaan naar werkgroepen en activiteiten op het gebied van Kerk & Israël. De uitkomst? Zeer bedroevend! Waar ooit florerende werkgroepen bezig waren, waar ooit Leerhuizen actief waren en kerken allerlei activiteiten op het gebied van Kerk en Israël ontplooiden, daar is het nu schrikbarend stil. Er wordt nauwelijks meer geleerd. Er is wel van alles gaande aan cursuswerk e.d. – gelukkig wel -, maar Leerhuizen of activiteiten op het gebied van Kerk en Israël zijn er schrikbarend weinig. Kennis verdwijnt op dit gebied. Dat heeft grote gevolgen voor die verbondenheid en uiteindelijk ook voor exegese enz.

Daarom organiseren wij als Classicale Werkgroep Kerk & Israël Groningen Drenthe verschillende activiteiten. Zo bereiden we jaarlijks de Israëlzondag voor met predikanten, kerkelijk werkers en belangstellenden. Jaarlijks hebben wij onze synagogelezing in oktober. Een eer die toegekend wordt aan iemand die deskundig is voor het actuele onderwerp van dat jaar. Naast de vergaderingen van de Classicale Werkgroep Groningen Drenthe organiseren wij ook een zgn. ‘Pastores leerhuis’. Een Leerhuis op het gebied van Jodendom – christendom voor predikanten en kerkelijk werkers.
In de afgelopen jaren hebben we verschillende boeken behandeld, zoals: Not in God’s Name van Jonathan Sacks, De profeten van Abraham Joshua Heschel en in dit seizoen Deze wereld anders van Ton Veerkamp.

‘Het laatste boek maakte weer eens pijnlijk duidelijk waarom het leren in Kerk & Israël zo belangrijk is. In de indrukwekkende verwerking door Ton Veerkamp van de Tora als politiek program, komt bijna onopvallend aan de orde hoe de Septuaginta tot stand gekomen is. De ver (her) taling van de Hebreeuwse Bijbel in het Grieks van een oppermachtig cultureel milieu. Hoe onmogelijk die onderneming geweest moet zijn geeft Veerkamp aan met een paar bekende voorbeelden. Deze voorbeelden waren tijdens het Leerhuis lange tijd onderwerp van discussie en lieten opnieuw zien waarom de verdieping in het Jodendom zo belangrijk is.

Twee voorbeelden uit Veerkamp:
‘Men vertaalde bijvoorbeeld – vertaalde? vervreemdde! – de NAAM met kurios omdat de Judeeërs toen al de NAAM uitspraken als Adonaj, ‘mijn Adon’. Nu verwees zowel adon als kurios naar een brede kring van hoogwaardigheidsbekleders. In een patriarchale samenleving duidden die begrippen op iedere mannelijke persoon die van een andere persoon volgzaamheid en gehoorzaamheid kan verlangen, van de koning tot de echtgenoot. De NAAM is die instantie die aanspraak kan maken op volgzaamheid en gehoorzaamheid, daarom is hij Adon, heer. Zulke aanduidingen hebben we metaforen genoemd. De NAAM is echter op een wezenlijk andere manier Adon, Heer, dan de Hebreeuwse en Aramese adoniem of de Griekse goddelijke en menselijke kurioi. Voor zover de NAAM werd vertaald met kurios vielen associaties met tirannen nauwelijks te vermijden. Tot op heden is God voor veel mensen die in hem geloven, de almachtige tiran die om voor ons ondoorgrondelijke redenen kleine kinderen aan leukemie laat sterven.

Een ander voorbeeld: de NAAM wordt omschreven met ho theos, ‘de god’; de NAAM is inderdaad onder andere ook elohiem, God. Worden die attributen toegeschreven aan de NAAM, dan is in de te vertalen TeNaCH zijn exclusieve aanspraak op die attributen uitgesproken. Alleen de NAAM is God, wat verder god (theos) wordt genoemd, is een niets, eliliem (Psalm 96:5; 97:7 enzovoort). ‘God’ wordt inhoudelijk bepaald door de NAAM en niet andersom. De NAAM behoort dus niet tot het genus van de goden. De vertalers hadden daarom die vier letters moeten laten staan om de uniciteit van de NAAM weer te geven.’ (Ton Veerkamp, Deze wereld anders, Politieke geschiedenis van het grote verhaal, Skandalon – Nieuwe Liefde, 2014, p. 283-284).

Toen de kerk leerde van het Jodendom dat Torah niet ‘wet’ betekende, maar eerder ‘onderwijzing’ was de bewustwording en consequentie groot. De door Veerkamp aangeboden verdieping over de NAAM, is nog vrijwel onbekend. Zoals zoveel meer. Het leerproces is voor de kerk nog maar net begonnen.

Ds. Jelle van Slooten