Over peace-building en peace-making

Over peace-building en peace-making

 Van 20 tot 31 januari van dit jaar vond in het kader van de Permanente Educatie van de Protestantse Theologische Universiteit de vierde studiereis naar Israël plaats. Aan deze studiereis namen wij, Leon en Paulineke Eigenhuis, deel.  De reis stond o.l.v. prof. Dr. Dineke Houtman. Over deze reis valt veel te vertellen. Tijdens de reis maakten we onder andere kennis met rabbijn Ron Kronish en zijn gedachten over peace-building en peace-making. Over zijn ideeën willen we nu graag wat schrijven, omdat ze de moeite waard zijn om ze met anderen te delen.

Ron Kronish is één van de belangrijke krachten achter het interreligieuze vredesproces in Israël. Geboren en opgeleid tot rabbijn in Amerika woont hij nu alweer decennia in Israël waar hij het vredesproces op de voet volgt. In boeken en artikelen in tijdschriften en websites deelt hij, hoewel gepensioneerd, nog steeds zijn inzichten en overtuigingen in wat hij noemt ‘The Other Peace Process’.  Hij maakt namelijk onderscheid tussen peace- making en peace- building. Waar peace- making vaak een kwestie is van “pieces of paper”, een aangelegenheid voor politici, juristen, ambtenaren en beleidsmakers, vindt peace- building vooral plaats tussen “gewone” mensen, gestimuleerd door onderwijzers, religieuze leiders en sociaalwerkers. Beide processen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, en hebben elkaar nodig. In de loop van jaren hebben Kronish en zijn medewerkers gaandeweg ontdekt hoe vruchtbaar gewerkt kan worden aan peace-building. De basis ligt in het empathisch luisteren en werkelijk verstaan van elkaar. In het proces van elkaar leren kennen en begrijpen neemt het gezamenlijk lezen van religieuze teksten vervolgens een belangrijke plaats in. In die teksten wordt immers vaak de bron gevonden waarmee mensen de wereld om zich heen interpreteren en van betekenis voorzien. Wie op deze manier ontdekt welke waarden en doelen gedeeld worden, kan daarna gaan werken aan concrete projecten, waarin vrede en verzoening zichtbaar en tastbaar wordt.  Twee of drie mensen kunnen immers het begin zijn van een verandering.

Waar in de jaren negentig van de vorige eeuw deze manier van werken volop vrucht leek af te werpen en zorgde voor hoop en optimisme, is Kronish eerlijk genoeg om te erkennen dat zijn initiatieven (nog) geen definitieve doorbraak hebben bewerkstelligd. Toch houdt hij hoop. Voor de toekomst ziet hij tenminste drie aandachtsgebieden waar het vredesproces zich op kan richten. Het eerste is het gesprek tussen Jodendom en islam. Tot nu toe lag het accent vooral op een beter verstaan tussen Joden en christenen, en moest afgerekend moest worden met antisemitische tendensen in de westerse wereld. Tegenwoordig is antisemitisme vooral vindbaar in de Arabische wereld en de islam. Daar is het proces van peace- building dus hard nodig. Een tweede terrein is te vinden op het vlak van peace- making. Steeds weer is gebleken dat in het verzoeningsproces een derde onafhankelijke partner van doorslaggevende invloed kan zijn. Vaak heeft Amerika deze rol van bemiddelaar op zich genomen, maar in de vredesplannen van de huidige Amerikaanse president ziet Kronish geen heil. Elementaire regels voor verzoening, zoals het aanvaarden van elkaars gelijkwaardigheid en empathisch luisteren naar elkaars pijn, worden immers met voeten getreden. Wellicht dat andere (Europese?) partijen kunnen opstaan en vooropgaan in de verzoening. Bovendien moet op dit niveau van peace-making ook beter onderzocht worden wie er voordeel van heeft om de huidige politieke situatie te laten voortbestaan. Het aan het licht brengen van deze tot nu toe vaak onzichtbare krachten en machten zal kunnen helpen in het wegnemen van de hindernissen waar het huidige vredesproces op vastloopt. Een derde punt is de rol van religie. Nieuwe generaties vredesactivisten lijken minder terug te grijpen op religieuze overtuigingen dan op algemene humanitaire waarden, zoals gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid. Ze kiezen nieuwe vormen en terminologie voor hun verzoeningsprojecten. Kronish juicht dat van harte toe. Toch is het ook een punt van zorg, omdat de invloed van ultraorthodoxe religieuze groeperingen op dit moment juist toe lijkt te nemen, niet alleen in Israël, maar ook daarbuiten.

We vonden Kronish’ betoog helder en stimulerend. Niet alleen omdat zijn onderscheid tussen peace- building en peace- making een methode oplevert die in veel conflictsituaties bruikbaar is, maar ook omdat het aan “gewone” mensen een mogelijkheid biedt om in hun eigen sociale en maatschappelijke leven, concrete vredesstappen te zetten. Ook al stelt het je teleur wat er op het niveau van peace- making gebeurt, dat neemt niet weg dat je binnen je eigen mogelijkheden kan blijven werken aan peace- building.

Leon Eigenhuis en Paulineke Eigenhuis – de Kool, Lemele.

(Over hun studiereis naar Israël bereiden Leon en Paulineke een presentatie voor die ze in Lemele zullen houden. Aan de hand van hun ervaringen zullen een aantal onderwerpen over Israël en de relatie tussen de Kerk en het volk Israël aan de orde komen.)

Kerk & Israël, kurios en de NAAM

Kerk & Israël, kurios en de NAAM

Wat de feitelijke zin van Kerk & Israël is hoef ik op deze site niet uit te leggen. Toch? De bezoekers van deze site zijn meestal op de hoogte van de Joods-christelijke verhouding of zoals u wilt de Joods-christelijke dialoog. ‘Kerk & Israël’, de naam zegt het al. De kerk, dat moge duidelijk zijn, het is wereldwijd en evenzo groot, landelijk, plaatselijk, en alle denominaties die het ook is. Maar ‘Israël’, dat is niet alleen het land en ja, ook de Staat (niet zonder kritiek) – want de mensen in dat land vormen samen ook een Staat, en het volk natuurlijk, en dat dan weer wereldwijd. Maar, meer nog dan dat, het is ook een begrip, maar vooral: het zijn mensen van vlees en bloed. De kerkorde van de PKN zegt dat ‘De kerk geroepen is gestalte te geven aan haar onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël.’ Wat onopgeefbaar is, dat kun je niet opgeven en niet verbreken. Het is volgens de Nederlandse taal een niet bestaand woord, bedacht – volgens de overlevering – door een secretaresse van het bureau Kerk & Israël in Leusden. Sinds die tijd struikelen er velen over.

Bij Kerk & Israël geven we niet op, want we zijn onopgeefbaar verbonden. In het woord ‘verbonden’ zit het woord ‘verbond’. Dat woord ligt in de Joods-christelijke verhouding nogal gevoelig, maar het geeft ook richting. Immers de Eeuwige heeft het verbond met Israël nooit opgezegd.

In de vele gesprekken over Kerk & Israël komt vaak de vraag naar de zin terug. Als ik voorzichtig probeer uit te leggen dat we niets van het Tweede testament kunnen begrijpen zonder het Jodendom, dan komt er bij mensen eerst een soort gevoel van onbegrip. Immers, hoezo? Wat heeft het christendom toch met dat Jodendom? Dat Jezus een Jood was in het Joodse land Israël, ook dat herkennen de meesten nog wel. Dat wij de Eeuwige hebben leren kennen door die Joodse zoon, daar wordt het serieuzer. Zeggen dat christendom zonder Jodendom heidendom is, daar moet men langer over nadenken. Zonder Israël – in de volle brede betekenis – is de Bijbel een vreemd boek.

In de afgelopen maanden hebben wij als Classicale Werkgroep Groningen Drenthe een onderzoek gedaan naar werkgroepen en activiteiten op het gebied van Kerk & Israël. De uitkomst? Zeer bedroevend! Waar ooit florerende werkgroepen bezig waren, waar ooit Leerhuizen actief waren en kerken allerlei activiteiten op het gebied van Kerk en Israël ontplooiden, daar is het nu schrikbarend stil. Er wordt nauwelijks meer geleerd. Er is wel van alles gaande aan cursuswerk e.d. – gelukkig wel -, maar Leerhuizen of activiteiten op het gebied van Kerk en Israël zijn er schrikbarend weinig. Kennis verdwijnt op dit gebied. Dat heeft grote gevolgen voor die verbondenheid en uiteindelijk ook voor exegese enz.

Daarom organiseren wij als Classicale Werkgroep Kerk & Israël Groningen Drenthe verschillende activiteiten. Zo bereiden we jaarlijks de Israëlzondag voor met predikanten, kerkelijk werkers en belangstellenden. Jaarlijks hebben wij onze synagogelezing in oktober. Een eer die toegekend wordt aan iemand die deskundig is voor het actuele onderwerp van dat jaar. Naast de vergaderingen van de Classicale Werkgroep Groningen Drenthe organiseren wij ook een zgn. ‘Pastores leerhuis’. Een Leerhuis op het gebied van Jodendom – christendom voor predikanten en kerkelijk werkers.
In de afgelopen jaren hebben we verschillende boeken behandeld, zoals: Not in God’s Name van Jonathan Sacks, De profeten van Abraham Joshua Heschel en in dit seizoen Deze wereld anders van Ton Veerkamp.

‘Het laatste boek maakte weer eens pijnlijk duidelijk waarom het leren in Kerk & Israël zo belangrijk is. In de indrukwekkende verwerking door Ton Veerkamp van de Tora als politiek program, komt bijna onopvallend aan de orde hoe de Septuaginta tot stand gekomen is. De ver (her) taling van de Hebreeuwse Bijbel in het Grieks van een oppermachtig cultureel milieu. Hoe onmogelijk die onderneming geweest moet zijn geeft Veerkamp aan met een paar bekende voorbeelden. Deze voorbeelden waren tijdens het Leerhuis lange tijd onderwerp van discussie en lieten opnieuw zien waarom de verdieping in het Jodendom zo belangrijk is.

Twee voorbeelden uit Veerkamp:
‘Men vertaalde bijvoorbeeld – vertaalde? vervreemdde! – de NAAM met kurios omdat de Judeeërs toen al de NAAM uitspraken als Adonaj, ‘mijn Adon’. Nu verwees zowel adon als kurios naar een brede kring van hoogwaardigheidsbekleders. In een patriarchale samenleving duidden die begrippen op iedere mannelijke persoon die van een andere persoon volgzaamheid en gehoorzaamheid kan verlangen, van de koning tot de echtgenoot. De NAAM is die instantie die aanspraak kan maken op volgzaamheid en gehoorzaamheid, daarom is hij Adon, heer. Zulke aanduidingen hebben we metaforen genoemd. De NAAM is echter op een wezenlijk andere manier Adon, Heer, dan de Hebreeuwse en Aramese adoniem of de Griekse goddelijke en menselijke kurioi. Voor zover de NAAM werd vertaald met kurios vielen associaties met tirannen nauwelijks te vermijden. Tot op heden is God voor veel mensen die in hem geloven, de almachtige tiran die om voor ons ondoorgrondelijke redenen kleine kinderen aan leukemie laat sterven.

Een ander voorbeeld: de NAAM wordt omschreven met ho theos, ‘de god’; de NAAM is inderdaad onder andere ook elohiem, God. Worden die attributen toegeschreven aan de NAAM, dan is in de te vertalen TeNaCH zijn exclusieve aanspraak op die attributen uitgesproken. Alleen de NAAM is God, wat verder god (theos) wordt genoemd, is een niets, eliliem (Psalm 96:5; 97:7 enzovoort). ‘God’ wordt inhoudelijk bepaald door de NAAM en niet andersom. De NAAM behoort dus niet tot het genus van de goden. De vertalers hadden daarom die vier letters moeten laten staan om de uniciteit van de NAAM weer te geven.’ (Ton Veerkamp, Deze wereld anders, Politieke geschiedenis van het grote verhaal, Skandalon – Nieuwe Liefde, 2014, p. 283-284).

Toen de kerk leerde van het Jodendom dat Torah niet ‘wet’ betekende, maar eerder ‘onderwijzing’ was de bewustwording en consequentie groot. De door Veerkamp aangeboden verdieping over de NAAM, is nog vrijwel onbekend. Zoals zoveel meer. Het leerproces is voor de kerk nog maar net begonnen.

Ds. Jelle van Slooten

 

De jodenweg

Schoolkinderen vonden onlangs dat de naam Afschuttingsweg in Rouveen-Staphorst wel een toevoeging nodig had (eigenlijk hadden ze de weg graag een andere naam gegeven, maar dat kon van overheidswege niet). In het kader van 75 jaar bevrijding waren ze op school bezig met een project over kamp Conrad.  Nu hangt er een tweede bordje onder: “Jodenweg”.
Want vanaf 25 april 1942, zo blijkt, werden Joodse mannen, voornamelijk uit Amsterdam, maar ook uit Staphorst en Meppel, verplicht tewerkgesteld en zo gelijktijdig geïsoleerd van hun familie. In kamp Conrad hebben in totaal 340 Joodse mannen gewoond. Zij moesten bij Staphorst een weg, de Afschuttingsweg en een ernaast gelegen sloot, aanleggen. In het Koninkrijk der Nederlanden in de tweede wereldoorlog, deel 6, van Lou de Jong, lees ik op  blz 226, het volgende citaat:

“Uit twee-en-veertig verschillende kampen moesten de Joden die er werkten, naar Westerbork gebracht worden. Bij elk van die kampen vervoegden zich op vrijdagmiddag 2 okt 1942 een paar man van de Ordnungspolizei. Ze vertelden overall hetzelfde verhaal: ze hadden zich bij een kazerne moeten melden, de kazerne was vol geweest en ze vroegen nu of ze één nacht in het kamp mochten blijven. Dat werd goedgevonden. Hier en daar was hun komst door boeren gadegeslagen, die in een aantal gevallen de op het land werkende Joden waarschuwden. Misschien is deze of gene onder die Joden toen wel gevlucht, maar dit is, aldus onze indruk, slechts bij uitzondering gebeurd.
Toen de Joodse arbeiders in het kamp te Staphorst terugkwamen, lagen de mannen van de Ordnungspolizei, aldus een dier arbeiders, te zonnebaden. Ze hielden zich nog kalm. Er werd gezegd dat ze alleen maar een dag en een nacht in ons kamp waren, daar er in Meppel geen plaats was. Wij gingen dus rustig in de cantine eten en waren vol goeden moed. De inspecteur van de heidemaatschappij had trouwens gezegd dat onze arbeid zo belangrijk was voor de voedselvoorziening en de ruilverkaveling, dat wij daar zouden blijven’. ‘Toen kwamen na het eten een van de Duitsers binnen met een stapel brieven. Loné (de niet-Joodse kok in het kamp) moest ons toespreken, maar was zo zenuwachtig dat hij dat niet kon. Hij was alleen in staat onze namen op te roepen. Ik was de eerste die opgeroepen werd en ik moest een acte ondertekenen dat ik me vrijwillig had opgegeven voor arbeid in Duitsland, en na mij moesten de anderen hetzelfde doen. De nacht erop zijn nog twaalf jongens ontvlucht’

De volgende ochtend, zaterdag 3 oktober, zag de Meppelaar J. Poortman ‘de lange colonne’ uit Staphorst in Meppel aankomen: ‘marcherende, hinkende, soms strompelende mensen die hun bagage moeizaam meedroegen. Nog zie ik een oudere Jood met grijze baard struikelen. De vetgevreten Grüne-begeleider schoot toe en schopte grijsaard en koffer zo tegen een boom dat de man bloedend verder krabbelde terwijl de koffer open vloog. ‘Opstaan! Verder gaan”, brulde de onmens die steeds door schopte tot het slachtoffer kruipend wegging en op de been geholpen werd door lotgenoten’. Tot zover het citaat van Lou de Jong.

Ik realiseer me dat ‘de cantine’ uit bovenvermeld citaat van 1967 tot 2002 dienst heeft gedaan als kerkgebouw van onze Gemeente ‘de Rank’. Dat dus ook onze geschiedenis van de Rank en het vreemde lot, dat iedere keer weer Joden treft om buitengesloten te worden, opgejaagd en als volk vernietigd – dat spook van het antisemitisme is ook niet zomaar een incident. Het maakt ook deel uit van onze geschiedenis.

“Wat heb jij toch altijd met Israël?” vroeg iemand me laatst. “Heb je even?” was mijn wedervraag.
Ik realiseer me dat er een stukje frustratie van me meespeelt, als ik dit verhaal hier laat opnemen. Ik wil mijn gemeente graag meenemen in de betekenis van een zin uit onze kerkorde, dat ‘de kerk zich onlosmakelijk verbonden weet met Israël’. En wel vier mensen geven zich dan op voor de aangeboden avonden. Zijn we ons dan wel bewust van wat zich zó dichtbij heeft afgespeeld?

Kerk&Israël-werkgroepen proberen her en der in den lande de herinnering te laten spreken, opdat de zegen van Israël ons niet zou ontgaan. Het heil is, zo belijden we toch, uit de Joden.
Ik ben in ieder geval de kinderen dankbaar dat zij ons erbij bepaalden dat de Jodenweg gewoon Jodenweg moet heten, hoe graag wij het ook als Afschuttingsweg zouden willen beschouwen. Afschuttingsweg – ik moet niet te lang doordenken over die naam, anders zie ik allerlei associaties die natuurlijk niet bedoeld zijn …

Jan Gerrit Zomer
Predikant Hervormde Gemeente ‘de Rank’
Staphorst-Rouveen

 

Nieuwsbrief Overijssel-Flevoland

Twee maal per jaar geeft de Classicale Kerk en Israël Wergroep een nieuwsbrief uit. Daarin wordt ingegaan op de bijzonderheden van de afgelopen periode en kijken vooruit naar wat er voor de komende tijd op het programma staat. In januari is er een kleine handreiking voor de Holocaust Memorial Day – laatste zondag van januari – en in september voor de Israëlzondag – eerste zondag in oktober. Verder zijn er de activiteiten van plaatselijke K&I werkgroepen, voor zover bij ons bekend, opgenomen. U kunt die bezoeken maar u kunt ze ook zien als inspiratie voor uw eigen programma.
nieuwsbrief jan. 2020