De jodenweg

Schoolkinderen vonden onlangs dat de naam Afschuttingsweg in Rouveen-Staphorst wel een toevoeging nodig had (eigenlijk hadden ze de weg graag een andere naam gegeven, maar dat kon van overheidswege niet). In het kader van 75 jaar bevrijding waren ze op school bezig met een project over kamp Conrad.  Nu hangt er een tweede bordje onder: “Jodenweg”.
Want vanaf 25 april 1942, zo blijkt, werden Joodse mannen, voornamelijk uit Amsterdam, maar ook uit Staphorst en Meppel, verplicht tewerkgesteld en zo gelijktijdig geïsoleerd van hun familie. In kamp Conrad hebben in totaal 340 Joodse mannen gewoond. Zij moesten bij Staphorst een weg, de Afschuttingsweg en een ernaast gelegen sloot, aanleggen. In het Koninkrijk der Nederlanden in de tweede wereldoorlog, deel 6, van Lou de Jong, lees ik op  blz 226, het volgende citaat:

“Uit twee-en-veertig verschillende kampen moesten de Joden die er werkten, naar Westerbork gebracht worden. Bij elk van die kampen vervoegden zich op vrijdagmiddag 2 okt 1942 een paar man van de Ordnungspolizei. Ze vertelden overall hetzelfde verhaal: ze hadden zich bij een kazerne moeten melden, de kazerne was vol geweest en ze vroegen nu of ze één nacht in het kamp mochten blijven. Dat werd goedgevonden. Hier en daar was hun komst door boeren gadegeslagen, die in een aantal gevallen de op het land werkende Joden waarschuwden. Misschien is deze of gene onder die Joden toen wel gevlucht, maar dit is, aldus onze indruk, slechts bij uitzondering gebeurd.
Toen de Joodse arbeiders in het kamp te Staphorst terugkwamen, lagen de mannen van de Ordnungspolizei, aldus een dier arbeiders, te zonnebaden. Ze hielden zich nog kalm. Er werd gezegd dat ze alleen maar een dag en een nacht in ons kamp waren, daar er in Meppel geen plaats was. Wij gingen dus rustig in de cantine eten en waren vol goeden moed. De inspecteur van de heidemaatschappij had trouwens gezegd dat onze arbeid zo belangrijk was voor de voedselvoorziening en de ruilverkaveling, dat wij daar zouden blijven’. ‘Toen kwamen na het eten een van de Duitsers binnen met een stapel brieven. Loné (de niet-Joodse kok in het kamp) moest ons toespreken, maar was zo zenuwachtig dat hij dat niet kon. Hij was alleen in staat onze namen op te roepen. Ik was de eerste die opgeroepen werd en ik moest een acte ondertekenen dat ik me vrijwillig had opgegeven voor arbeid in Duitsland, en na mij moesten de anderen hetzelfde doen. De nacht erop zijn nog twaalf jongens ontvlucht’

De volgende ochtend, zaterdag 3 oktober, zag de Meppelaar J. Poortman ‘de lange colonne’ uit Staphorst in Meppel aankomen: ‘marcherende, hinkende, soms strompelende mensen die hun bagage moeizaam meedroegen. Nog zie ik een oudere Jood met grijze baard struikelen. De vetgevreten Grüne-begeleider schoot toe en schopte grijsaard en koffer zo tegen een boom dat de man bloedend verder krabbelde terwijl de koffer open vloog. ‘Opstaan! Verder gaan”, brulde de onmens die steeds door schopte tot het slachtoffer kruipend wegging en op de been geholpen werd door lotgenoten’. Tot zover het citaat van Lou de Jong.

Ik realiseer me dat ‘de cantine’ uit bovenvermeld citaat van 1967 tot 2002 dienst heeft gedaan als kerkgebouw van onze Gemeente ‘de Rank’. Dat dus ook onze geschiedenis van de Rank en het vreemde lot, dat iedere keer weer Joden treft om buitengesloten te worden, opgejaagd en als volk vernietigd – dat spook van het antisemitisme is ook niet zomaar een incident. Het maakt ook deel uit van onze geschiedenis.

“Wat heb jij toch altijd met Israël?” vroeg iemand me laatst. “Heb je even?” was mijn wedervraag.
Ik realiseer me dat er een stukje frustratie van me meespeelt, als ik dit verhaal hier laat opnemen. Ik wil mijn gemeente graag meenemen in de betekenis van een zin uit onze kerkorde, dat ‘de kerk zich onlosmakelijk verbonden weet met Israël’. En wel vier mensen geven zich dan op voor de aangeboden avonden. Zijn we ons dan wel bewust van wat zich zó dichtbij heeft afgespeeld?

Kerk&Israël-werkgroepen proberen her en der in den lande de herinnering te laten spreken, opdat de zegen van Israël ons niet zou ontgaan. Het heil is, zo belijden we toch, uit de Joden.
Ik ben in ieder geval de kinderen dankbaar dat zij ons erbij bepaalden dat de Jodenweg gewoon Jodenweg moet heten, hoe graag wij het ook als Afschuttingsweg zouden willen beschouwen. Afschuttingsweg – ik moet niet te lang doordenken over die naam, anders zie ik allerlei associaties die natuurlijk niet bedoeld zijn …

Jan Gerrit Zomer
Predikant Hervormde Gemeente ‘de Rank’
Staphorst-Rouveen

 

Nieuwsbrief Overijssel-Flevoland

Twee maal per jaar geeft de Classicale Kerk en Israël Wergroep een nieuwsbrief uit. Daarin wordt ingegaan op de bijzonderheden van de afgelopen periode en kijken vooruit naar wat er voor de komende tijd op het programma staat. In januari is er een kleine handreiking voor de Holocaust Memorial Day – laatste zondag van januari – en in september voor de Israëlzondag – eerste zondag in oktober. Verder zijn er de activiteiten van plaatselijke K&I werkgroepen, voor zover bij ons bekend, opgenomen. U kunt die bezoeken maar u kunt ze ook zien als inspiratie voor uw eigen programma.
nieuwsbrief jan. 2020

 

Conferentie Hellendoorn – In de leer bij Mozes

Conferentie Hellendoorn
Leiding geven aan de gemeente, hoe doe je dat?

Aan de hand van het nieuwe boek van Jonathan Sacks ‘Exodus, boek van bevrijding’ stellen we ons de vraag naar goed leiderschap in de gemeente. Het boek komt precies op tijd. Als alternatieve lezing staat Exodus vanaf Zondag Septuagesima t/m Pinksteren voor 17 zondagen op het Oecumenisch Leesrooster (van 9 februari t/m 31 mei).

Maandag 2 maart 2020: een dagconferentie voor ambtsdragers, predikanten, kerkelijk werkers, studenten theologie/religiewetenschappen, cursisten TVG en belangstellende gemeenteleden in Overijssel-Flevoland en Noord Nederland

uitnodigingsbrief 2020

tentoonstelling ‘Al waren onze monden vol van zang’

Al waren onze monden vol van zang

Reizende fototentoonstelling voor gemeenten.

Al waren onze monden vol van zang’ is een tentoonstelling van twaalf meditatieve afbeeldingen die eerder in het magazine Kerk & Israël Onderweg hebben gestaan.

De middenpagina van het blad bestaat steevast uit een fotocompositie waarin een gedicht is geplaatst.
Deze composities van taal en beeldtaal zijn zo verrassend dat het de moeite loont om er meer mensen van te laten genieten dan alleen de lezers van dit blad

Uit de meditatieve pagina’s die inmiddels beschikbaar zijn kozen wij er twaalf. Tezamen vormen zij een verhaal waarin de bezoeker van de tentoonstelling zijn of haar eigen levensverhaal kan teruglezen. Maar die ontdekking is aan bezoeker zelf!
Alle gedichten werden oorspronkelijk geschreven in het Jiddisch of in het Hebreeuws. Zes ervan werden vertaald door redactielid Kees Schakel.

Omdat wij het liefst de gewone meelevende leden van de plaatselijke gemeenten willen ontmoeten, bieden wij u meer dan de tentoonstelling alleen. Ons aanbod bestaat uit drie onderdelen:

1. De tentoonstelling, bestaande uit 12 afbeeldingen van 60×40 cm.
De tentoonstelling kan voor drie weken gehuurd worden á € 50,-. Dit jaar is al volgeboekt maar voor 2020 kunt u deze tentoonstelling reserveren. Naast de twaalf platen leveren wij 150 flyers om aan bezoekers uit te delen. Ook leveren wij boekjes met een afbeelding en de gedichten, die gemeenteleden voor €2.00 kunnen meenemen.
Een en ander is opgeborgen in een op maat gemaakte kist waardoor beschadiging tijdens het vervoer tot een minimum beperkt wordt.

2. Wij verzorgen graag aan het begin van de periode dat de tentoonstelling bij u in de kerk staat, een informatiebijeenkomst over de achtergronden van de tentoonstelling. Tevens bieden we daarbij inzicht in het Kerk & Israël-werk van de PKN, eventueel besluiten we met een kijkje in de keuken van de redactie van het magazine ‘Kerk & Israël Onderweg’, wat een veelkleurig beeld oplevert van dit stukje kerkenwerk.

3. Wij kunnen deze bijeenkomst laten aansluiten op een eredienst, waarin een van de predikanten uit onze Classicale Kerk en Israël werkgroep Overijssel/Flevoland voorgaat.
Ook een andere opzet rondom uitleg over de tentoonstelling en het gedachtengoed van Kerk & Israël zijn mogelijk. (Kosten: reisvergoeding voor de gastspreker/ eventueel of kosten preekbeurt).

Van harte hoop ik dat u van ons aanbod gebruik zult maken. U kunt daarvoor contact opnemen met: Jan Gerrit Zomer e-mail: ds.zomer@hetnet.nl

Postscriptum bij de Israëlzondag 2019

Postscriptum bij de Israëlzondag 2020

Eeuwenlang kende de kerk geen Israëlzondag. Waarom zou ze? Zij meende dat zij het ‘ware Israël’ was en niet de Joden. Maar sinds de grootste pogrom ooit (wat we later de Shoah of Holocaust zijn gaan noemen), is de kerk geschrokken van haar eigen aandeel daarin en van de nalatigheid om voor de Joden in de bres te springen. Sindsdien zoekt ze naar een andere, positieve verhouding tot het Joodse volk en zijn traditie. Dat doet ze o.m. door jaarlijks op de eerste zondag van oktober haar Israëlzondag te vieren.

Waarom op de eerste zondag in oktober? Meestal wordt de keuze van deze dag in verband gebracht met de grote Joodse najaarsfeesten. De kerk viert dan even met de synagoge en het Joodse volk mee – als concrete uitdrukking van de kerkordelijk vastgelegde ‘onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël’ .

Maar alle jaren heb ik er een dubbel gevoel bij. Telkens als de Israëlzondag voor de deur staat en ik de betreffende kerkdienst aan het voorbereiden ben, voel ik een sterke aandrang om ook te vertellen wat er in 1942 op de sjabbat voorafgaand aan de eerste zondag in oktober gebeurd is. Het is, wat Lou de Jong in zijn ‘Het Koninkrijk der Nederlanden in de tweede wereldoorlog’ deel VI, hoofdstuk 4 noemt: ‘Jodendeportaties, tweede fase’. Op vrijdag en zaterdag 2/3 oktober 1942
werden niet alleen de ruim veertig joodse werkkampen ontruimt en alle 5242 daar te werk gestelde joodse mannen naar Westerbork gedeporteerd, maar tegelijkertijd werden ook hun vrouwen en kinderen, verspreid wonend over 85 verschillende Nederlandse gemeenten, uit hun huizen gesleept en eveneens op transport gesteld naar Westerbork: 3911 vrouwen en 8877 kinderen. Dat gebeurde er dus in 1942 aan de vooravond van wat we later – o.m. daardoor! – de
Israëlzondag zouden gaan noemen. Lou de Jong citeert het relaas van een Meppelaar:

‘Een ding wat ik mij mijn hele leven zal blijven herinneren, is het schouwspel van de samengedreven Joodse bewoners van Meppel op het Stationsplein en het wegvoeren van een aantal van hen in een autobus; o.a. zag ik hier enkele speelmakkers tussen – vreselijk! Ook heb ik gezien dat mevrouw Godfried aan de Blankensteinweg al gillende uit haar huis werd gesleept.’ (pag. 239)

En een andere Meppelaar, die zich bij het station ophield, vertelt:

‘Van enige daadwerkelijk controle van de zijde van de politie was geen sprake …Op het perron werd het mevouw Wolf te machtig. Ze had haar baby bij zich, hield die omhoog naar de kijkende mensen, roepend: “Mensen, neem toch mijn baby! Red die toch!” Niemand durfde. Zo ging een groot deel van de Joodse Meppelaars naar Westerbork.’ (pag. 239-240)

En dan te bedenken dat het op 2/3 oktober 1942 niet alleen sjabbat was, maar ook Jom Kippoer. Afgelopen oktober vielen de Israëlzondag en Jom Kippoer opnieuw bijna samen, twee dagen na elkaar. Ik zou die zondag preken in de Maartenskerk in Doorn en had een uitgeschreven tekst klaar om voor te lezen bij de inleiding op de dienst. Maar ik vreesde een slagschaduw te werpen over de kerkdienst waarin ik als gastpredikant zou voorgaan, en schrapte de tekst. Maar vlak voor het gebed om de Geest kwam het er spontaan uit. Ik deelde mijn verlegenheid met de gemeente, en bad daarna onderstaande woorden uit Psalm 36:

Hoe dierbaar is Uw liefde, God,
mensen zoeken bescherming
in de beschutting van Uw vleugels.
Zij laven zich aan de weelde van Uw huis.
U laat ook ons drinken uit Uw rivier van vreugde.
Bij U is de bron van het leven,
door Uw licht zien wij het licht.
Laat nu Uw liefde blijvend zijn voor wie U kennen
en Uw rechtvaardigheid voor de oprechten van hart.

Opnieuw ervoer ik, wat ik allang wist maar waarvoor ik meestal terugschrik: dat een kerkdienst voor het aangezicht van de Eeuwige ruimte biedt om zowel het één als het ander te noemen.

Reinier Gosker