David en Goliath

In het najaar 2021 heb ik bij de HOVO Noord-Nederland de cursus “Joods verleden in Midden-Europa, een historische reis langs vier hoofdsteden” gevolgd. Deze cursus werd gegeven door Prof. Dr. Hans Renner en Justa Renner – van Niekerk.

In het zevende en laatste college volgden we de geschiedenis van de Joden in Praag.

Eind jaren dertig was men zich in Praag terdege bewust van het gevaar dat van Hitler uitging. En zo ontstond in 1937  het lied David en Goliath. Op een gegeven moment in dit laatste college stapte prof. Renner achter de piano en zong het lied in zijn moedertaal.  Wij kregen de Nederlandse vertaling.

Wike Spoelstra-Postmus

 

David a Golias. Tekst: Jiri Voskovec en Jan Werich ( Praag, 1937)
Literaire vertaling in het Nederlands: Doeko Bosscher ( Groningen, 2021)

David en Goliath

De mens is wreed, kijk wat hij doet als hij een ander mens ontmoet
Zijn mond een vlammenwerper, als een draak, voor beulswerk nooit te goed,               Het is echt niet om aan te zien, je hart staat stil en bloedt

Hij kiest een dwerg als tegenstander, en zelf is hij de reus
Die zijn opponent vermorzelt, maar soms kijkt hij op zijn neus
Het bijbelboek vertelt ons hoe het reuzen kan vergaan
Hoe David de reus Goliath met slinger kon verslaan.

Het is het boek van Samuel: de Joden zijn in nood
De Filistijnse vijand, hij heeft de overhand
Zij wanen zich al winnaars, maar hun ego is te groot
Want de Joden hebben onverwachts die David aan hun kant.

’t Was toeval hoe hij plotseling op ’t strijdtoneel verscheen
Hij bracht zijn broeders voedsel, en onderweg daarheen
Oefend’ hij het werpen, met slinger, van een steen

Toen was daar plotseling Goliath, die schamper naar hem riep
“Hé kleintje! Jij! Ik vroeg me af wie daar zo sjokkend liep”.
Zo provoceert hij David, maar die blijft stug beleefd
Met een stiff upper lip toont hij dat hij er niet om geeft.

Hij houdt zich kranig, tot de reus hem spuugt in zijn gelaat
Hij haalt de slinger uit zijn tas, hij richt zich op de reus
“Er zwaait nu wat”, zegt David en voegt bij dat woord een daad
“Al ben je klein, wees dapper, is al levenslang mijn leus”.
Zo liep het af met Goliath, die weinig mensenkennis had.