De hel in Halle

Het is gelukkig niet zo ver gekomen, maar als de stalen deuren het niet hadden voorkomen was het in de synagoge  van Halle an der Saale (NB geboorteplaats van Georg Friedrich Händel) op een bloedbad uitgelopen, en dat nog wel op Jom Kippoer, Grote Verzoendag…  U kent het verhaal: een fanatieke rechts-extremist schoot op die dag zijn wapens leeg op de sjoel en doodde daarbij twee voorbijgangers. De tachtig aanwezigen in het gebouw bleven G’ddank gespaard.

Hoe heeft zoiets kunnen gebeuren? Op zoek naar een antwoord schoten me opeens de wijze woorden te binnen van mijn oude vriend dr. Martin Gabriel (17-03-1926 – 14-09-2013), van 1960 tot 1989 reformatorisch predikant aan de Liebfrauenkirche te Halberstadt (toen nog gelegen in de DDR). Ik leerde hem kennen toen ik in het voorjaar van 1982 met een groepje gemeenteleden uit Deventer naar Halberstadt toog om daar een oecumenisch gemeentecontact op te starten. Tot dan toe kenden we hem alleen van naam, maar in zijn pastorie aan de Domplatz ontpopte hij zich weldra tot een buitengewoon erudiete maar ook bijzonder geestige gastheer. Nadat we ‘s avonds hadden kennis gemaakt met de voorgangers en gemeenteleden van de andere kerken in Halberstadt, vergastte Gabriel ons de volgende dag op een rondleiding door de stad. Uiteraard begonnen we met een bezoek aan de prachtige gothische Domkirche, die de oorlog wonderbaarlijk heeft doorstaan, in tegenstelling tot een groot deel van de oude binnenstad, die vlak voor het einde van de oorlog werd plat gebombardeerd.

Uiteraard hadden we het over de oorlog, maar dan vooral over een andere episode, n.l. over de ondergang van de grote Joodse gemeenschap, die hier ooit bestond. Bij de ingang van de Dom bleef hij nl. staan bij een eenvoudig monument, bestaande uit een menora, gemaakt van oude verroeste spoorwegrails, en daaronder een steen met het opschrift (in het Duits en in het Hebreeuws) “Der Allmächtige beugt das Recht nicht” (Job 34,12) en vervolgens vertelde hij het verhaal van wat zich daar veertig jaar eerder had afgespeeld… ‘Het gebeurde op de morgen van de zondag na Pasen van 12 april 1942’ zei hij. ‘en de klokken beierden nog vrolijk de Paasvreugde uit. De parochianen liepen over de Domplatz naar de kerk om daar de morgendienst bij te wonen. En onderweg daarheen moeten ze langs een groep van niet minder dan 600 Joodse stadgenoten zijn gelopen, die daar bijeen was gedreven om te worden gedeporteerd en omgebracht’. Martin vroeg zich af: “Wat is er toen door al die passanten heen gegaan, toen ze daar hun Joodse buren, collega’s, vrienden bepakt en gezakt zagen staan? Wat hebben ze gevoeld? Angst, woede, schaamte of gewoon onverschilligheid?

Van alles wat, denk ik’. Dr. Gabriel heeft het in zijn eentje klaargespeeld dat dat monument er kwam. Hij zei: ‘Gelukkig gaf de gemeenteraad al in de zomer van 1981 toestemming, vóór een paar maanden  later de Jom Kippoeroorlog uitbrak, dan was dat zeker niet gelukt!’. Ik was verbijsterd: ‘Maar in de DDR zal toch ook wel aandacht zijn besteed aan de geschiedenis van de Holocaust?’ ‘Niets van dat alles’, zei mijn vriend. ‘Alle misdaden die onder het Nazibewind zijn begaan, worden op het conto van de Bondsrepubliek geschreven. Bij ons wordt daaraan geen aandacht besteed, niet in de politiek en de media, niet in het onderwijs, maar ook bijna niet in de kerken. Gelukkig hier wel, zij het vaak ondanks de weerstand van veel gemeenteleden van wie er heel wat nog een Naziverleden hebben! En wat de Joden betreft, die worden momenteel direct gelinkt aan de politiek van de staat Israël en daar deugt volgens de regerings- en partijleiding van de DDR natuurlijk helemaal niets van. Dat nieuwe antisemitische gif wordt er dagelijks ingepompt via de pers en radio en TV. Zo komen we nooit toe aan de verwerking van de Nazidictatuur met al haar gruwelijke uitwassen en ik vrees – maar dat vertel ik natuurlijk alleen aan jou (hij keek even snel om zich heen) – dat we waarschijnlijk ook nooit zullen toekomen aan de verwerking van deze dictatuur!’

Hij had gelijk: op 28 april 1990 (een half jaar na de Wende) waren we weer met een grote groep gemeenteleden te gast in een dorpje even buiten Halberstadt. Op zaterdagmiddag kwamen we in de kerk samen met onze Oostduitse vrienden om een prachtig concert bij te wonen van onze gezamenlijke koren, toen plotseling de deur van de kerk werd open gegooid en een opgeschoten jongmens met zware ‘Stiefel’ aan zijn voeten keihard ‘Heil Hitler’ riep. We waren even vergeten dat het die dag de verjaardag van Adolf Hitler was. ‘Het begint weer’, zei mijn collega. ‘let maar op mijn woorden’. Hij had gelijk. Martin Gabriel heeft er op zijn eigen wijze ongelofelijk veel gedaan om de Joodse geschiedenis van Halberstadt en de gedachtenis aan de Holocaust aldaar levend te houden. In 1992 werd op zijn instigatie een indrukwekkend monument op de Domplatz onthuld, dat een groepje mensen voorstelt, Joodse mensen. Samen met anderen zorgde hij ervoor dat de drie Joodse begraafplaatsen werden gerestaureerd en de ruïne van de synagoge (grotendeels afgebroken na de ‘Reichskristallnacht’ in november 1938, niet verbrand omdat hij te dicht bij de huizen stond) als ‘Mahnmal’ voor de toekomst werd bewaard. Inmiddels zijn alle resterende Joodse monumenten in Halberstadt prachtig gerestaureerd en sommige hebben een nieuwe bestemming gekregen, zoals het Berend Lehman Museum (in het voormalige woonhuis van de rijke joodse zakenman die de barokke synagoge stichtte) waarin nu de Moses Mendelssohn Akademie (Internationale Begegnungsstätte) is ondergebracht. Dr. Martin Gabriel werd vanwege al zijn inspanningen voor de instandhouding van het Joodse erfgoed van Halberstadt tot het eerste erelid benoemd. Moge zijn gedachtenis tot zegen zijn.

Geert C. Hovingh, Zuidlaren.