De Joodse keuken

De joodse keuken is veel meer dan alleen een keuken, hij herbergt vele tradities. Joodse mensen houden zich aan talrijke regels en voedselwetten die veelal uit eeuwenoude heilige teksten komen. De letterlijke vertaling van koosjer is “toegestaan”. Alleen koosjer voedsel mag gegeten worden. Bij ieder joods feest hoort een maaltijd of voedselproduct, zoals matses bij het joodse paasfeest, latkes bij Chanoeka en honing bij het joodse nieuwjaar. Joodse gemeenschappen leven verspreid over de hele wereld. Daarom zijn joodse gerechten totaal verschillend.
Zo las ik van Ruth Lipschits een recept dat haar moeder overdag klaarmaakte voor Rosj Hasjana (wij mochten immers niet naar school): zoete rijst met stukjes appel erdoor. Ze wist dat wij dat erg lekker vonden.

Benodigdheden:
125 g Italiaanse risottorijst
vanillestokje of geraspte citroenschil
9 dl melk
3 eigelen
125 g suiker

Werkwijze:

Breng de melk met het vanillestokje of de citroenschil aan de kook, voeg de rijst toe en laat deze in plm. 30 minuten zachtjes gaarkoken. Roer hem af en toe even goed door. Voeg de suiker toe en laat nog 5 minuten koken: de rijst moet zacht zijn en niet alle melk moet geabsorbeerd zijn. Haal de pan van het vuur. Klop door de eigelen een beetje rijstmelk, roer het mengsel daarna in zijn geheel door de inhoud van de pan en roer die heel goed door. Zet de pan op een heel klein vuurtje: de melk zal door de eieren een custard worden. Pas op dat het niet meer kookt! Eet de rijstpudding warm of koud. Warme rijstpudding is romig van structuur en de rijstkorrels zullen hun structuur behouden. Koude rijstpudding is heel stevig. Op Rosj Hasjana aten wij deze warme rijst met stukjes appel erdoor. Ook met rood fruit erover is erg lekker.

Als afsluiter een Servische appelcake:

Benodigdheden:
150 g boter
2 el gemalen amandelen
200 g suiker
zout
3 eieren, gescheiden
¼ tl  nootmuskaat
2 el citroensap
¼ tl kaneel
225 g bloem
6 grote appels, in plakjes gesneden
2 tl bakpoeder

Werkwijze:

Oven verwarmen op 180 graden. Smelt de boter. Klop de boter en 150 g van de suiker tot een bleke, romige massa. Voeg de eidooiers een voor een toe en klop het geheel goed door. Voeg citroensap toe. Klop de eiwitten in een aparte kom stijf. Meng in een andere kom bloem, bakpoeder, gemalen amandelen, zout,  nootmuskaat en kaneel. Voeg de helft van de geklopte eiwitten en het bloemmengsel toe aan de botermassa en meng alles voorzichtig door elkaar. Herhaal dit met rest van de ingrediënten en meng alles goed door. Vet een ronde bakvorm (plm. 23 cm) in en bestrooi hem met bloem. Giet het deeg hierin. Druk de plakjes appel in het deeg, bestrooi het geheel met de resterende suiker, en bak de cake in plm. 50 minuten gaar.