Joden en christenen

Over knooppunten in het gesprek tussen joden en christenen. uit: het Ouderlingenblad april 2014 door: Dick Pruiksma

Over knooppunten in het gesprek tussen Joden en christenen.
uit: het Ouderlingenblad april 2014
door: Dick Pruiksma

Hoe staan we tegenover elkaar? Zijn jodendom en christendom nauw verbonden of gaat het om twee verschillende godsdiensten?

Een wereldwijd gesprek
Onlangs was ik getuige van een opmerkelijk misverstand. De Internationale Raad van Joden en Christenen (ICCJ, International Council of Christians and Jews) houdt in 2014 zijn internationale conferentie in Buenos Aires. De Argentijnse leden van de voorbereidingscommissie bleken bezwaren te hebben tegen het gebruik van het woord ‘interreligieus’. De dialoog tussen Joden en christenen is toch geen gesprek tussen afzonderlijke religies, inter-religieus? Wij zijn toch familie van elkaar, groeiend aan dezelfde wortel?, aldus onze Argentijnse vrienden.
Maar vooral de Joodse leden van de groep hielden vast aan hun standpunt: jodendom en christendom zijn twee verschillende religies. Oplossing van het probleem? Een compromis: het woord ‘interreligieus’ wordt weggelaten!

Familie of niet? Rome, Geneve en nog weer anders 
Met dat misverstand is een eerste lijn te trekken in het wereldwijde joods-christelijke gesprek. De theologische visies op de verhouding tussen Joden en christenen verschillen en de posities van de christelijke gesprekspartners worden mede door die verschillen bepaald. Je herkent de verschillen in theologische visie aan de manier waarop de kerkenfamilies de joods-christelijke relatie in hun organisatorische structuur een plek geven.
Zo onderhoudt de ICCJ uitstekende contacten met de Vaticaanse Commissie voor de Religieuze Betrekkingen met het Jodendom. Die commissie ressorteert onder de Raad voor Christelijke Eenheid. Daaraan kun je al twee dingen aflezen. Ten eerste ziet de Rooms-katholieke Kerk de joods-christelijke betrekkingen in het kader van de eenheid van de christenen. Dus toch familie? Vervolgens: het gaat de kerk in de dialoog om religieuze betrekkingen. De politiek komt elders aan de orde. Het Vaticaan is immers ook een zelfstandige staat die met Israël diplomatieke betrekkingen onderhoudt. Er wordt verschil gemaakt tussen jodendom en (de staat) Israel. En in de religieuze betrekkingen ligt de nadruk op de verbondenheid van beide godsdiensten. Al willen veruit de meeste Joden niet graag onder het opschrift ‘christelijke eenheid’ vermeld worden.
Ook met de Wereldraad van Kerken wordt door de ICCJ intensief contact onderhouden. Net als de Vaticaanse commissie heeft ook de Wereldraad de status van waarnemer binnen de ICCJ. Maar hoe anders is hier de inbedding van het joods-christelijke gesprek. In Geneve ressorteert het joods-christelijke gesprek onder ‘interreligieuze dialoog en samenwerking’. Jodendom en christendom worden gezien als twee verschillende religies en hun betrekkingen zijn – kort door de bocht – minder religieus van aard als wel gericht op praktische samenwerking.
In dat andere grote deel van de christelijke oecumene, de Oosters-orthodoxe kerken, liggen de verhoudingen weer geheel anders. Ook al kreeg de ICCJ ooit in Istanbul de volledige medewerking van oecumenisch patriarch Bartholomeus, het is heel moeilijk gebleken om het gesprek met de orthodoxie continuïteit te verlenen. Ook dat heeft een ‘organisatorische’ achtergrond. De orthodoxe kerken zijn per land of regio zelfstandig. Zonder twijfel speelt daarnaast ook een rol dat veel christenen in het Midden-Oosten van orthodoxe huize zijn. En de politieke verwikkelingen in die regio hebben niet echt een positieve invloed op het geloofsgesprek. Maar misschien moet je vooral zeggen dat de omkeer die de westerse kerken hebben gemaakt van zending naar dialoog, in het oosten doorgaans niet is voltrokken.
Een eerste conclusie kan zijn dat tussen de grote kerkenfamilies verschillen zijn in visie op de relatie met het jodendom. Tussen afstand(elijkheid) en nabijheid is het soms moeilijk het evenwicht te bewaren. In de internationale contacten is vaak de ervaring ingebracht die we lange jaren geleden opdeden toen de Generale Synode van de toenmalige Gereformeerde Kerken het joods-christelijke gesprek in de kerkorde een geheel eigen plaats toekende. Niet onder zending maar ook niet onder oecumene. De relatie is er een van geheel bijzondere, unieke aard. De eigenheid en zelfstandigheid van beide gesprekspartners moet volledig worden gerespecteerd. Dat is een voorwaarde om tot dialoog te komen.

Nog een misverstand?
Tijdens een intensieve uitwisseling met de Kairosgroep van Palestijnse christenen kreeg de ICCJ delegatie ooit een niet gering verwijt om de oren. Ook tijdens latere ontmoetingen met andere Palestijnse christenen werd ons herhaaldelijk gezegd dat westerse christenen het gesprek met het jodendom zijn aangegaan uit schuldgevoel. De Holocaust vond in het westen plaats en elke theologie die zich bekommert om het gesprek met het jodendom een unieke plaats te geven, is in de kern van de zaak post-Holocaust theologie. Theologie als gesublimeerd schuldgevoel. Nu westerse christenen zich bewust worden van de benarde situatie van de Palestijnen, wordt het tijd om ons van ons schuldgevoel te bevrijden en de relatie met het jodendom als een vorm van politieke theologie te bedrijven.
Omdat ik volkomen begrip heb voor de benarde Palestijnse situatie, is het moeilijk om dit forse verwijt te beantwoorden. Deze gesprekken bleken vaak de moeilijkste. Want natuurlijk heeft en had de Holocaust invloed op de joods-christelijke dialoog. Hoe zou het anders kunnen? Maar daar blijft het zeker niet bij. In het gesprek met het jodendom dat wij vandaag ontmoeten, hebben we geleerd de Schriften anders te verstaan. De kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland zegt: de kerk zoekt het gesprek met Israël inzake het verstaan van de Heilige Schrift. (KO art. I-7.) Er is nog een lange weg te gaan voordat we alle vruchten van de dialoog kunnen delen met christenen die leven binnen andere culturele en politieke horizonten.

Zending of gesprek 
Dit voorbeeld uit onze contacten met Palestijnse christenen brengt ons op het spoor van opnieuw een grote lijn die te trekken is in het veld van de internationale joods-christelijke betrekkingen: de scheidingslijn tussen ‘zending’ en ‘dialoog’. Je zou kunnen denken dat zending onder Joden vooral noodzakelijk wordt geacht wanneer het jodendom als een andere religie wordt gezien waarvan de aanhangers tot hun heil gered moeten worden. Terwijl omgekeerd een dialogische verhouding tot het jodendom meer zou passen bij christenen die Joden als hun religieuze verwanten beschouwen.
Maar soms is niets minder waar. Hier lopen de posities in elkaar over. Er zijn richtingen in de kerken die de Joden omarmen als ‘Gods oude volk’ maar intussen met tot het christendom bekeerde Joden pronken als zijnde de echte Joden. Het jodendom komt dan tot zijn bestemming in de christelijke kerk. Met deze theologische houding gaat vaak een politieke ondersteuning van de staat Israël gepaard. Terwijl aan de andere kant van het kerkelijke spectrum de vervreemding van en afstand tot het jodendom zo groot zijn geworden, dat de religieuze dialoog als niet meer ter zake doende terzijde wordt geschoven. Jodendom en Israel vallen ook nu samen. Maar dan onder een negatief voorteken. De uitersten raken elkaar.
Het heeft veel moeite gekost maar de Protestantse Kerk in Nederland heeft officieel afscheid genomen van de zending onder Joden. Ook binnen de ICCJ en zijn lidorganisaties, bijvoorbeeld het Nederlandse OJEC, zijn alleen die instellingen welkom die zending onder Joden hebben afgezworen. Laten we ons niet vergissen, dit is voor Joden een heel gevoelig punt. Natuurlijk zijn hier ook kanttekeningen te plaatsen. Wat op officieel niveau is besloten, wordt op minder officieel niveau niet altijd meebeleefd. Zeker. Er is in de praktijk van het kerkenwerk nog veel te doen.

Nog een begrippenpaar
Afstand en nabijheid, dat was de eerste grote lijn die we trokken. Zending of gesprek, was het begrippenpaar dat zich daarbij voegde. En natuurlijk moeten ook uitdrukkelijk de begrippen ’religie’ en ‘politiek’ aan de orde komen. Dit zijn in grote lijnen de drie begrippenparen waarbinnen de kerkelijke relaties tot het jodendom zich bewegen. In Nederland en ver daar buiten. Steeds spelen deze drie begrippenparen op de achtergrond een rol. Maar de samenstellende delen ervan zijn in afwisselende intensiteit in de joods-christelijke dialoog aanwezig. Met name de politieke situatie rond Israël en Palestina heeft de laatste jaren grote invloed op de joods-christelijke betrekkingen. Het kost veel moeite om de negatieve gevolgen van de politieke situatie een juiste plek te geven. Dat ligt niet altijd aan de christelijke gesprekspartners. Binnen de ICCJ valt op dat al onze Israëlische vrienden bijna zonder uitzondering actief zijn in die organisaties die streven naar verzoening, gerechtigheid en vrede. Joodse gesprekspartners van buiten Israël zijn meestal defensiever ingesteld.
De uitgangspunten kunnen echter duidelijk zijn: het recht van bestaan van de staat Israël staat natuurlijk buiten kijf. Dat zou er ook nog bij moeten komen. Maar kritiek op de totaal verstarde politieke verhoudingen in Israël is niet alleen gerechtvaardigd, het is soms nodig. Vraag onze Israëlische vrienden maar. En tegen onze Palestijnse vrienden zeggen we soms dat het tijd is om de rol van slachtoffer op te geven en actief te handelen in de eigen samenleving om ook daar verzoening, gerechtigheid en vrede gestalte te geven. Religie of politiek? In de internationale joods-christelijke dialoog hebben we geleerd dat de gesprekskansen toenemen wanneer er zoveel vertrouwen is gegroeid dat godsdienstige, ideologische loopgraven verlaten kunnen worden. Opdat het (internationale) recht zijn loop kan hebben.

De kunst van het evenwicht 
Het bureau van de ICCJ is gevestigd in het Duitse Heppenheim, in het huis waar van 1916 tot 1938 de joodse geleerde Martin Buber woonde. Dialoog is een sleutelwoord in Martin Buber’s werk. Dialoog tussen ‘Ich und Du’, tussen jou en mij. Dialoog is ook de bestaansreden en de werkmethode van de International Council of Christians and Jews. Simpelweg omdat dialoog de enige weg is die mensen tot elkaar brengt.
Dat betekent dat je in de dialoog steeds naar een verstandig evenwicht zoekt, al is dat evenwicht in verschillende situaties van verschillend soortelijk gewicht. Het betekent ook dat de gesprekspartners elkaar ontmoeten zonder verborgen agenda’s. Bijvoorbeeld van bekering. Ze zullen elkaar beoordelen naar de beste indrukken die ze van de ander hebben. En ze zullen jaloers zijn op de rijkdom die de ander met zich meedraagt. En ja, vaak valt het tegen om een hernieuwd evenwicht te vinden.
Maar soms valt het erg mee!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *