Joodse wijsheid

Joodse wijsheid

 Graag blader ik in de boeken met Joodse verhalen en wijsheden. Ook deel ik ze graag. Voor mijn bijdrage deze maand heb ik er twee uitgezocht.

De eerste komt uit “Bidden met de  benen”, samensteller Gottfrid van Eck.

In Matteüs 4 : 1-11 lezen we hoe de duivel bijbelteksten, oa. uit psalm 91, gebruikt om Jezus voor zijn karretje te spannen.

Chosjek kent die psalm ook. Hij wilde weten of hij inderdaad zo’n sufferd was als zijn dorpsgenoten meenden. Hij zei tegen zichzelf: “In het Boek der psalmen staat geschreven dat God de dwazen behoedt. Ik zal eens de proef op de som nemen. Als God mij behoedt, dan is daarmee bewezen dat ik een domkop ben. Zo niet, dan ben ik een verstandig man”. Chosjek ging op het dak van zijn huis staan en sprong naar beneden. Hij brak een been en schreeuwde het uit van de pijn. Er kwamen direct mensen op hem af snellen, maar Chosjek weerde hun hulp af. ¨Nu weet ik het zeker¨, kermde hij, “met mijn verstand is gelukkig niks mis¨.

Het volgende verhaal komt uit: Joodse verhalen en wijsheden  verzameld door Samuel Jacobs.

Een voorname jood kwam bij de rabbi en vertelde dat zijn horloge was gestolen terwijl hij voor een aantal vrienden een lezing hield. Hij vroeg de rabbi wat hij moest doen. De rabbi dacht even na en zei: “Nodig dezelfde vrienden nog en keer uit en lees de Tien geboden voor. Wanneer je bij het achtste gebod ¨Gij zult niet stelen¨ komt, kijk je iedereen diep in de ogen en de dief zal rood kleuren van schaamte¨.

Enkele dagen later ontmoetten beide mannen elkaar voor de synagoge. ¨Wel¨, vroeg de rabbi, ¨heb je je horloge terug?¨ ¨Dat wel, maar het is niet helemaal gegaan zoals u gezegd had. Toen ik namelijk bij het zevende gebod, ¨U zult geen overspel plegen, was, herinnerde ik me opeens dat ik mijn horloge bij de buurvrouw had laten liggen?¨

Wike Spoelstra