Kerk & Israël, kurios en de NAAM

Kerk & Israël, kurios en de NAAM

Wat de feitelijke zin van Kerk & Israël is hoef ik op deze site niet uit te leggen. Toch? De bezoekers van deze site zijn meestal op de hoogte van de Joods-christelijke verhouding of zoals u wilt de Joods-christelijke dialoog. ‘Kerk & Israël’, de naam zegt het al. De kerk, dat moge duidelijk zijn, het is wereldwijd en evenzo groot, landelijk, plaatselijk, en alle denominaties die het ook is. Maar ‘Israël’, dat is niet alleen het land en ja, ook de Staat (niet zonder kritiek) – want de mensen in dat land vormen samen ook een Staat, en het volk natuurlijk, en dat dan weer wereldwijd. Maar, meer nog dan dat, het is ook een begrip, maar vooral: het zijn mensen van vlees en bloed. De kerkorde van de PKN zegt dat ‘De kerk geroepen is gestalte te geven aan haar onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël.’ Wat onopgeefbaar is, dat kun je niet opgeven en niet verbreken. Het is volgens de Nederlandse taal een niet bestaand woord, bedacht – volgens de overlevering – door een secretaresse van het bureau Kerk & Israël in Leusden. Sinds die tijd struikelen er velen over.

Bij Kerk & Israël geven we niet op, want we zijn onopgeefbaar verbonden. In het woord ‘verbonden’ zit het woord ‘verbond’. Dat woord ligt in de Joods-christelijke verhouding nogal gevoelig, maar het geeft ook richting. Immers de Eeuwige heeft het verbond met Israël nooit opgezegd.

In de vele gesprekken over Kerk & Israël komt vaak de vraag naar de zin terug. Als ik voorzichtig probeer uit te leggen dat we niets van het Tweede testament kunnen begrijpen zonder het Jodendom, dan komt er bij mensen eerst een soort gevoel van onbegrip. Immers, hoezo? Wat heeft het christendom toch met dat Jodendom? Dat Jezus een Jood was in het Joodse land Israël, ook dat herkennen de meesten nog wel. Dat wij de Eeuwige hebben leren kennen door die Joodse zoon, daar wordt het serieuzer. Zeggen dat christendom zonder Jodendom heidendom is, daar moet men langer over nadenken. Zonder Israël – in de volle brede betekenis – is de Bijbel een vreemd boek.

In de afgelopen maanden hebben wij als Classicale Werkgroep Groningen Drenthe een onderzoek gedaan naar werkgroepen en activiteiten op het gebied van Kerk & Israël. De uitkomst? Zeer bedroevend! Waar ooit florerende werkgroepen bezig waren, waar ooit Leerhuizen actief waren en kerken allerlei activiteiten op het gebied van Kerk en Israël ontplooiden, daar is het nu schrikbarend stil. Er wordt nauwelijks meer geleerd. Er is wel van alles gaande aan cursuswerk e.d. – gelukkig wel -, maar Leerhuizen of activiteiten op het gebied van Kerk en Israël zijn er schrikbarend weinig. Kennis verdwijnt op dit gebied. Dat heeft grote gevolgen voor die verbondenheid en uiteindelijk ook voor exegese enz.

Daarom organiseren wij als Classicale Werkgroep Kerk & Israël Groningen Drenthe verschillende activiteiten. Zo bereiden we jaarlijks de Israëlzondag voor met predikanten, kerkelijk werkers en belangstellenden. Jaarlijks hebben wij onze synagogelezing in oktober. Een eer die toegekend wordt aan iemand die deskundig is voor het actuele onderwerp van dat jaar. Naast de vergaderingen van de Classicale Werkgroep Groningen Drenthe organiseren wij ook een zgn. ‘Pastores leerhuis’. Een Leerhuis op het gebied van Jodendom – christendom voor predikanten en kerkelijk werkers.
In de afgelopen jaren hebben we verschillende boeken behandeld, zoals: Not in God’s Name van Jonathan Sacks, De profeten van Abraham Joshua Heschel en in dit seizoen Deze wereld anders van Ton Veerkamp.

‘Het laatste boek maakte weer eens pijnlijk duidelijk waarom het leren in Kerk & Israël zo belangrijk is. In de indrukwekkende verwerking door Ton Veerkamp van de Tora als politiek program, komt bijna onopvallend aan de orde hoe de Septuaginta tot stand gekomen is. De ver (her) taling van de Hebreeuwse Bijbel in het Grieks van een oppermachtig cultureel milieu. Hoe onmogelijk die onderneming geweest moet zijn geeft Veerkamp aan met een paar bekende voorbeelden. Deze voorbeelden waren tijdens het Leerhuis lange tijd onderwerp van discussie en lieten opnieuw zien waarom de verdieping in het Jodendom zo belangrijk is.

Twee voorbeelden uit Veerkamp:
‘Men vertaalde bijvoorbeeld – vertaalde? vervreemdde! – de NAAM met kurios omdat de Judeeërs toen al de NAAM uitspraken als Adonaj, ‘mijn Adon’. Nu verwees zowel adon als kurios naar een brede kring van hoogwaardigheidsbekleders. In een patriarchale samenleving duidden die begrippen op iedere mannelijke persoon die van een andere persoon volgzaamheid en gehoorzaamheid kan verlangen, van de koning tot de echtgenoot. De NAAM is die instantie die aanspraak kan maken op volgzaamheid en gehoorzaamheid, daarom is hij Adon, heer. Zulke aanduidingen hebben we metaforen genoemd. De NAAM is echter op een wezenlijk andere manier Adon, Heer, dan de Hebreeuwse en Aramese adoniem of de Griekse goddelijke en menselijke kurioi. Voor zover de NAAM werd vertaald met kurios vielen associaties met tirannen nauwelijks te vermijden. Tot op heden is God voor veel mensen die in hem geloven, de almachtige tiran die om voor ons ondoorgrondelijke redenen kleine kinderen aan leukemie laat sterven.

Een ander voorbeeld: de NAAM wordt omschreven met ho theos, ‘de god’; de NAAM is inderdaad onder andere ook elohiem, God. Worden die attributen toegeschreven aan de NAAM, dan is in de te vertalen TeNaCH zijn exclusieve aanspraak op die attributen uitgesproken. Alleen de NAAM is God, wat verder god (theos) wordt genoemd, is een niets, eliliem (Psalm 96:5; 97:7 enzovoort). ‘God’ wordt inhoudelijk bepaald door de NAAM en niet andersom. De NAAM behoort dus niet tot het genus van de goden. De vertalers hadden daarom die vier letters moeten laten staan om de uniciteit van de NAAM weer te geven.’ (Ton Veerkamp, Deze wereld anders, Politieke geschiedenis van het grote verhaal, Skandalon – Nieuwe Liefde, 2014, p. 283-284).

Toen de kerk leerde van het Jodendom dat Torah niet ‘wet’ betekende, maar eerder ‘onderwijzing’ was de bewustwording en consequentie groot. De door Veerkamp aangeboden verdieping over de NAAM, is nog vrijwel onbekend. Zoals zoveel meer. Het leerproces is voor de kerk nog maar net begonnen.

Ds. Jelle van Slooten