Mijn Werdegang door Kerk en Israël

Kerk en Israël onderweg (nog steeds).
door Geert C. Hovingh

Portretfoto GeertWat beweegt mensen om zich in te zetten voor ‘Kerk en Israël? Daar hebben we het volgens mij nog nooit over gehad, binnen onze werkgroep.  Eigenlijk is dat jammer, want dat zou best mooie en vooral inspirerende verhalen kunnen opleveren!  Laat ik vast een voorzetje mogen geven (de anderen volgen dan vanzelf, hoop ik). En om dan maar meteen met de deur in huis te vallen: tijdens mijn studie theologie aan de VU ben ik op generlei wijze in aanraking gekomen met het Jodendom, verbijsterend, moet je achteraf constateren. Ook weer niet zo vreemd als je bedenkt dat de Gereformeerde Kerken in Nederland pas begin jaren zeventig min of meer zijn afgestapt van de ‘Jodenzending’. Gert van Klinken schrijft in dissertatie (1996, p. 575) zelfs: ‘De directe benadering van de joden met de christelijke boodschap werd door de GKN nooit officieel opgeheven’. En prof.dr. D. Nauta (1898-1994), één van mijn leermeesters NB , bestond het zelfs om nog in 1982 in zijn recensie van het eerste deel van ‘Christelijke Theologie na Auschwitz’  van Hans Jansen te schrijven dat er ‘Ook voor een Jood … uitsluitend behoud is door het geloof in Hem, de Heiland der wereld’.

Toen had ik ‘mijn heil’ al elders gevonden. Dat was al begonnen in mijn studententijd: ik verdiende toen wat geld bij door Bijbellessen te geven op openbare scholen in Amsterdam. Dat werd gefaciliteerd en betaald door de stichting IKOS-NPB onder leiding van ds. Louis Buenk (1908-1991),  een flamboyante en buitengewoon inspirerende man (later kwam ik er achter dat hij ook een dapper verzetsman was geweest die tientallen Joodse onderduikers het leven heeft gered). Door hem kreeg ik oog (en hart) voor het Jodendom, voor de Joodse feesten met name, vast onderdeel van het lesprogramma. Dat leidde ertoe dat ik ooit samen met een Joodse onderwijzeres een Sedermaaltijd heb voorbereid en gevierd met haar klas en sommige ouders. De interesse was gewekt. In mijn tweede gemeente Deventer ontdekte ik Abraham Heschel (‘God zoekt de mens’), David Flusser (‘Jezus’), Harold Kushner en Pinchas Lapide. Sterker nog: mijn hervormde collega  Hein de Bie wist klaar te spelen dat Lapide jaarlijks naar Diepenveen toog om er een leerhuis voor predikanten te leiden! Ongeveer terzelfder tijd ontmoette ik dr. Martin Gabriel (1926-2012), ‘reformiert’ predikant in Halberstadt (DDR), dankzij wie in 1982 een oecumenisch gemeentecontact tot stand kwam tussen Deventer en Halberstadt. Hij vertelde mij de geschiedenis van de ooit zo bloeiende Joodse gemeenschap ter plaatse, toonde me de ruïne van de synagoge en de sterk vervallen Joodse begraafplaatsen. En het ‘Mahnmal’ voor de weggevoerde en omgebrachte Joden, dat hij juist dat jaar met grote moeite tot stand had gebracht, alle tegenwerking van de overheid ten spijt. Het maakte een onuitwisbare indruk op mij.

Nog een belangrijke gids en leermeester – het valt me nu pas op dat mijn ‘Werdegang in dezen misschien een beetje atypisch is: het begint eigenlijk altijd met persoonlijke ontmoetingen! – was Srul Paulus Tabaksblatt (1902-1992), Poolse Jood van origine, in 1930 naar Nederland gekomen, daar gedoopt en hervormd hulppredikant geworden in … Kamp Westerbork. Ik leerde hem kennen via een gemeentelid, zelf ook van Joodse afkomst, zwaar getraumatiseerd door de oorlog, waarin hij zijn halve familie verloor, gedoopt vóór de oorlog door ds. Willem ten Boom. We volgden, na talloos veel gesprekken samen het spoor terug naar Westerbork en Theresienstadt waar hij gehuldigd werd – het was nog 1988! – als ‘Opfer des Faschismus.’ De confrontatie met het verleden veranderde zijn leven voorgoed. Door hem kwam ik in contact met ds. Tabaksblatt, zijn dominee in Westerbork! – die mij hielp om het verhaal over de lotgevallen van de protestants gedoopte Joden in de oorlog te schrijven (het werd uiteindelijk de doctoraalscriptie waarmee ik in 1991 afstudeerde aan de VU).

Er is meer te vertellen, maar ik moet stoppen – het verhaal wordt te lang – maar er zijn er nog twee, die ik gedurende mijn zoektocht heb ontmoet en die beide veel voor mij hebben betekend: ds. Johan Snoek (1920-2012) en dr. Jan Ridderbos, (1942-2018). Met hen deelde ik een grote interesse in de geschiedenis van het kerkelijk georiënteerde verzet en de hulp aan Joodse onderduikers. Maar dat is een ander verhaal.