Onopgeefbaar verbonden

In Trouw van 14-09-2018 stond een artikel plus een interview met ds. Jan Offringa. Het ging over een manifest dat net is gepubliceerd op de website Liberaal christendom. De volledige tekst is hier te downloaden. Het manifest bepleit dat ‘de onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël’ uit de kerkorde van de PKN (Artikel I,7) wordt geschrapt, dat de kerk sowieso afstand neemt van een speciale plaats voor Israël in haar theologie en dat Israëlzondag wordt omgevormd tot een ‘zondag tegen het antisemitisme’. Laten we zeggen dat de werkgroep Kerk & Israël Noord onaangenaam verrast was.

UPDATE (21/09/2018): meer reacties zijn te vinden op de website Joods-Christelijke Dialoog, waaronder een Open brief van Dick Pruiksma.

Synodescriba René de Reuver sluit een discussie over de kerkorde op voorhand uit en vindt dat het manifest ‘uit de bocht vliegt’. Opperrabbijn Binyomin Jacobs wil zich niet bemoeien met een christelijke discussie, maar wijst wel op de ‘flinterdunne grens’ tussen antizionisme en antisemitisme. Bijval komt voorshands alleen van Kees Blok, voorzitter van Kairos-Sabeel en dat is weinig verrassend.

Een uitvoerig commentaar namens de werkgroep Kerk & Israël Noord is hier te downloaden. Hieronder een samenvatting van onze belangrijkste kritiek.

Niet overtuigend

Het loont de moeite om het manifest zelf te lezen, juist voor wie zich hier meteen door geraakt of geschokt voelen. Het is een eerlijk stuk en Jan Offringa toont moed door dit heilige huisje onder vuur te nemen. Maar schiet hij raak of is het een losse flodder geworden? Dat laatste zeker niet, maar hij raakt in elk geval niet wat hij wil raken. Het overtuigt ons op geen enkele wijze.

Het manifest hanteert karikaturen van wat ‘Kerk & Israël’ betekent. Wij herkennen ons er in ieder geval niet in. Verder rammelen veel van de stellingen waardoor de argumenten in het document ondermijnd worden. Doel van een Israëltheologie is helemaal niet om de kerk te ‘verjoodsen’, zoals het stuk stelt. Doel is om zowel de Joodse als de heidense wortels van het christelijk geloof helder te krijgen en dan de juiste balans te vinden.

Anti-judaïsme

Van antisemitisme kun je de schrijver(s) – er waren meerdere meelezers en commentatoren – niet betichten. Maar naar onze mening is er wel degelijk sprake van anti-judaïsme. En dat was toch de oude zonde van de kerk?

Jodendom figureert in het manifest enkel als een historisch verschijnsel, iets dat in bijbelse tijden bestond. Nuttig om te weten, maar het Joodse volk en geloof van vandaag hebben niet meer of minder betekenis voor het christendom dan bijvoorbeeld de islam of het boeddhisme.

De staat Israël moet ‘net als alle andere staten’ kunnen worden aangesproken. Uiteraard, maar de realiteit is dat er voor die staat steevast veel hogere ethische normen worden gebruikt dan voor andere. Bovendien is de verontwaardiging over wat Israël fout doet nogal eens selectief. Over Syrië, Rusland, China, Marokko, Servië of ons eigen Nederlandse optreden in Indië en Suriname zijn we veel terughoudender of zelfs onverschillig.

Terecht stelt het manifest dat de stichting van de staat Israël in 1948 niet mag worden gezien als een voorbode van een ras naderende eindtijd. Historisch en theologisch kunnen we het daar zeker mee eens zijn. Maar in één moeite door wordt zo elke religieuze duiding van Israël ook van tafel geveegd.

Jodendom verwijzen naar de geschiedenis, meten met twee maten, selectieve verontwaardiging en het afwijzen van een religieuze duiding van concrete gebeurtenissen zijn vormen van anti-judaïsme. Het moet gezegd.

Terechte vragen

Toch stelt het manifest – bedoeld of niet – wel vragen waar de kerk niet omheen kan. Vragen waar ook Kerk & Israël zich actief mee moet bemoeien.

Het document waarschuwt dat antisemitisme te gemakkelijk kan worden ingeruild voor filosemitisme. Jaap Meijer (1912-1993), die ook in het Gronings schreef onder het pseudoniem Saul van Messel, noemde dat laatste ‘vriendschap waartegen ik mij niet verdedigen kan’ en vond het ‘erger dan haat’.

Een andere vraag is hoe de kerk wel of niet kan leven met de Torah. Juist als we niet geloven dat Jezus de Torah vervangt (zoals Offringa stelt) is die vraag urgent. En juist om haar keuzen te verantwoorden heeft de kerk een Israëltheologie nodig.

Offringa moet niets hebben van een Israëltheologie gebaseerd op Romeinen 9-11. Bij hem gaat dat gewoon overboord. Dat is jammer. Want het is zeker waar dat we Paulus overvragen door uit die paar hoofdstukken een complete theologie te peuren voor alle Joden en alle heidenen in alle tijden. En ook met de ‘tijdelijke verblinding’ waarover Paulus schrijft worden er rare theologische capriolen uitgehaald. Maar dan moet je niet alles weggooien, je moet gewoon opnieuw beginnen.

De kern van dit manifest zit in deze zin, bijna aan het eind van het document:

De joodse traditie verdient dus alle eer als voedingsbodem en verstaanshorizon voor Jezus, maar dat is wat anders dan een status aparte.

Dat klinkt wellicht redelijk als je snel leest. Maar daarin zit precies die kern van anti-judaïsme al. Want die ‘joodse traditie’ is hier iets van het verleden, niet echt relevant voor christenen vandaag. En het verbond van de Sinaï mag geen aparte status hebben. Ongeacht hoe dat allemaal precies zit met oude en nieuwe verbonden, het unieke en bijzondere van het verbond van God met Israël afpellen lijkt ons een doodzonde.