Onopgeefbaar verbonden

De relatie tot het volk Israël in kerkhistorisch perspectief uit: het Ouderlingenblad april 2014 door: Leen van Drimmelen

De relatie tot het volk Israël in kerkhistorisch perspectief
uit: het Ouderlingenblad april 2014
door: Leen van Drimmelen

De relatie tussen ‘Kerk en Israel’ werd tot halverwege de vorige eeuw vorm gegeven als ’Zending onder de Joden’. En denk dan bij ‘kerk’ maar aan ‘kerkmensen’. Want zending, ook zending ‘onder de heidenen en mohammedanen’ was aanvankelijk een zaak van particulier initiatief.

Aanvankelijk werd zending gedreven door verenigingen en genootschappen. Zending werd niet genoemd in de kerkorde, noch in de Dordtse kerkorde van 1619, noch in het Algemeen Reglement van 1816.
Toch zag de Christelijke Afgescheiden Gereformeerde Kerk – na 1869 de Christelijke Gereformeerde Kerk – de zending, ook de ‘zending onder Israel’, als een roeping van de kerk als zodanig. Het werk van de zending werd dan ook sinds 1857 voortvarend ter hand genomen. En in 1875 maakte de kerk zich op om ‘Israel te brengen aan de voeten van zijn Messias’. Aanvankelijk legde men zich, samen met de in 1861 opgerichte Nederlandse Vereniging voor Israël, toe op het verspreiden van traktaatjes en het houden van bidstonden voor de bekering van ‘Israëlieten’. Maar in 1882 stelde de synode een ‘colporteurbezoeker’ aan, die tot 1888 werkzaam bleef. De enkele Jood die door inspanning van de kerk tot het christendom overging werd gekoesterd als eersteling van de oogst die men verwachtte met de wederkomst van Messias-Jezus.

Zending onder de Joden
De Nederduitsche Gereformeerde Kerken, voortgekomen uit de Doleantie van 1886, volgden de Christelijke Gereformeerde Kerk in haar visie en benoemden in 1891 op de ‘voorlopige synode’ te Utrecht ‘Deputaten voor de zending onder de Joden, de Mohammedanen en de Heidenen’. Zowel in de naam als in de opdracht aan de deputaten werden drie categorieën afzonderlijk genoemd omdat men besefte dat deze drie doelgroepen niet alle drie op dezelfde wijze benaderd dienden te worden. Samen met de Nederlandsche Gereformeerde Zendingsvereniging, gingen de Nederduitsche Gereformeerde Kerken op Java aan de slag. Maar de zending onder de Joden kwam nog niet van de grond voordat de Nederduitsche Gereformeerde Kerken zich in 1892 met de Christelijke Gereformeerde Kerk verenigden tot de Gereformeerde Kerken in Nederland.
De eerste gemeenschappelijke generale synode van de verenigde kerken benoemde afzonderlijke deputaten voor de ‘Zending onder de Joden’. Gevraagd waarom dit is, luidde het antwoord, dat de Joden met de christelijke kerk het Oude Testament gemeen hebben en dat daarin het aanspreekpunt ligt, maar dat de kennis van het Oude Testament de Joden ook ‘schuldiger voor God’ maken dan de andere volken, door het licht van het Nieuwe Testament niet te zien.
Dat men verschil voelde tussen de zending onder de Joden en de zending onder de heidenen en Mohammedanen bleek ook daaruit, dat er door de generale synode van Arnhem 1902 een ‘Zendingsorde’ werd vastgesteld als aanvulling op de Dordtse kerkorde, maar dat deze orde geen betrekking had op de zending onder de Joden.
Evengoed was de zending onder de Joden een vast agendapunt op alle volgende generale synoden en elke keer werden er deputaten benoemd. Die legden zich toe op het uitgeven van lectuur, in het bijzonder sinds 1917 van het blad ‘De Messiasbode’. Vervolgens werden predikanten beroepen als zendeling voor het werk onder de Joden. En in het hele land werd op eerste kerstdag gecollecteerd voor dat doel. In 1959 werd in de toen ingevoerde nieuwe gereformeerde kerkorde een artikel opgenomen met de volgende tekst: De kerken zullen zich richten tot de Joden in en zo mogelijk ook buiten Nederland, om hun uit de Heilige Schrift te betuigen, dat Jezus de Christus is. En opnieuw benoemde de synode deputaten voor de zending onder de Joden.
In 1961 veranderde de synode de woorden ‘de zending onder de Joden’ in: ‘de verkondiging van het evangelie onder Israel’. De naam van het deputaatschap werd navenant gewijzigd. Maar evengoed stond het betreffende kerkordeartikel tot 1993 in het hoofdstuk over evangelisatie en zending.

Het gesprek met Israel
De Algemene Synode van de zich in en na de tweede wereldoorlog vernieuwende Nederlandse Hervormde Kerk benoemde in 1942 de ‘Raad voor Kerk en Israel’ waarin de eerder genoemde Nederlandse Vereniging voor Kerk en Israel opging. Met verdiept inzicht in hoe het volk Israel met het evangelie te benaderen, koos de kerk voor het ‘gesprek’ met Israel. Men vond daarvoor het woord ‘zending’ ongeschikt en ongepast en het door de Raad verzorgde blad heette dan ook kortweg ‘Kerk en Israel’. Niettemin kwam de relatie tussen kerk en Israel in de nieuwe kerkorde van 1951 te staan in artikel VIII dat als opschrift kreeg: ‘Van het apostolaat der Kerk’ dat zowel het gesprek met Israel als het werk van de zending en de kerstening van het Nederlandse volk omvatte. De regel over de omgang met Israel luidde: ‘De Kerk richt zich in het gesprek met Israël tot de synagoge en tot allen, die bij het uitverkoren volk behoren, om hun uit de Heilige Schrift te betuigen, dat Jezus de Christus is.’ Duidelijk heeft de gereformeerde kerkorde van 1959 bij het verwoorden van de roeping van de kerk tegenover de Joden gekeken naar de formulering in de hervormde kerkorde van 1951. De aanblik is die van een, van de kerk uitgaande, benadering van Israel met een boodschap: De strekking van het Oude Testament is dat Jezus de Messias is. En daarom dient het getuigenis van de kerk in de wereld te beginnen in Jeruzalem (Hand. 1: 8), zoals Paulus blijkens het boek Handelingen ook consequent deed als hij zich, overal waar hij kwam, eerst wendde tot de synagoge en dan pas tot de heidenen. Ondanks de omstandigheid dat de christenen na de tweede wereldoorlog veel aan zeggingskracht tegenover de Joden hadden ingeboet bleef de houding van de kerk toch die van: wij als christenen weten iets, dat nog niet tot jullie, Joden, is doorgedrongen.

Gesprek in verbondenheid
Maar hoe ga je als kerk het gesprek met Israel in? Langzaam drong tot de kerkmensen door wat er in de tweede wereldoorlog gebeurd was. Men stond enigszins verlegen tegenover de gedecimeerde joodse gemeenschap in Nederland, de rest die terugkeerde uit de Shoah en tevoorschijn kwam uit de onderduik. Die kon je toch niet bezien, laat staan benaderen zoals de kerk dat voorheen van zins was?
Bovendien bracht nadere bezinning op de relatie tussen kerk en Israel tot het besef dat Israel het oude verbondsvolk is. De kerk is als vreemde tak geënt op die oude stam. Dit dwong de kerk om ook naar zichzelf te kijken. Afscheid werd genomen van de vervangingstheologie; de kerk is niet in de plaats gekomen van Israel. ‘Het heil is uit de Joden.’ Daardoor is de kerk met Israel ‘onopgeefbaar verbonden.’
Sinds 1995 staat in de gereformeerde kerkorde: De kerken zijn geroepen gestalte te geven aan de onopgeefbare verbondenheid van de gemeente van Christus met het volk Israël en te zoeken naar gelegenheid voor Joden en Christenen tot wederzijds getuige zijn. Anders dan een eenzijdige benadering van de Joden waarbij de kerk haar boodschap kwijt wil, dient de kerk ook open te staan voor wat Israel de kerk heeft te zeggen. De kerk kan dus niet eenzijdig de agenda van het gesprek met Israel bepalen, ook al gaat de kerk het gesprek niet in als een onbeschreven blad, maar als gemeente van Christus. In verband hiermee werd dit nieuwe artikel weggehaald uit het hoofdstuk over evangelisatie en zending en, als een afzonderlijk hoofdstuk, daaraan voorafgaande geplaatst.

Delend in de aan Israel geschonken verwachting
Nog meer uitgesproken was de gezamenlijke vergadering van de synoden van de Samen op Weg-kerken bij het voorbereiden van de kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland. In artikel I van deze kerkorde presenteert de protestantse kerk zich als gestalte van de kerk van Christus, die zich delend in de aan Israël geschonken verwachting, uitstrekt naar de komst van het Koninkrijk van God. De belofte aan Israel is niet, met de geboorte van de Kerk, op de kerk overgegaan, maar de kerk mag er in délen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *