Gertrud Luckner en het nieuwe tijdschrift ‘ZfBeg’

Gertrud Luckner en het nieuwe tijdschrift ‘ZfBeg’

Het nieuwe tijdschrift ‘ZfBeg’ is inmiddels ruim zeventig jaar oud. Iets minder miraculeus gezegd: het Duitse ‘Zeitschrift fur christlich-jüdische Begegnung im Kontext’ is het kleinkind van de (in vertaling luidende) ‘Rondzendbrief ter bevordering van de vriendschap tussen het oude en het nieuwe volk van God – in de geest der beide Testamenten’. De initiatiefneemster van deze sinds 1948 onregelmatig verschijnende rondzendbrief was de in Freiburg (Dtsl.) levende dr. Gertrud Luckner1 (1900-1995) Haar inzet voor vervolgde Joden ten tijde van het Hitlerregime leidde in 1943 tot haar arrestatie en gevangenschap in het KZ-Ravensbrück. Na de oorlog keerde zij terug naar Freiburg en zette zich in voor verbetering van de verstandhouding tussen Joden en christenen. In 1948 nam zij het initiatief tot bovengenoemde Rondzendbrief, die in 1972 omgedoopt werd tot ‘Freiburger Rundbriefs (Neue Folge)’.

Onder die naam was het tijdschrift ook in Nederland goed bekend. Maar anders dan soortgelijke bladen, die één voor één van het toneel verdwenen, vernieuwde de ‘Freiburger Rundbrief’ zich in 2017 op verrassend mooie wijze. Het is Duits, gründlich, goed leesbaar, informatief en het houdt je op de hoogte van wat er allemaal speelt op het terrein van de joods-christelijke betrekkingen in Duitsland. Elk nummer telt al gauw zo’n 150 pagina’s, soms meer soms minder, en wat ook prettig is: ZfBeg wordt niet opgetut met quotes, plaatjes en hapklare brokken, maar levert wat het zegt te zijn: een tijdschrift voor joodschristelijke ontmoeting!

Het eerste (dubbel)nummer was gewijd aan Elie Wiesel. In de derde aflevering ging het om ‘Lernen in Judentum und Christentum – und darüber hinaus’. Het daarop volgende (dubbel)nummer bood een scala aan nieuwe interpretaties van het leven en werk van Martin Buber naar aanleiding van diens 140e geboortedag (8 februari 1878).

De jongste uitgave telt 120 pagina’s informatie over ‘Antisemitismus. Altes Gift in neuen Schläuchen’ (communicatiekanalen), en sluit aan bij wat Gertrud Luckner schreef in haar eerste rondzendbrief van augustus 1948: ‘Zwijgen, onverschilligheid en onbegrip liggen ten grondslag aan de moord op miljoenen. Intussen nemen weerzin en Jodenhaat toe ten gevolge van de noodlottige ontwikkelingen in deze tijd’. De redactie van ZfBeg tekent erbij aan: ‘Vandaag klinken deze woorden regelrecht profetisch, want ze brengen het vermoeden tot uitdrukking dat het antisemitisme met het ondergang van het Nationaalsocialisme niet ten einde gekomen is, maar telkens weer opleeft. De consequente strijd tegen Jodenhaat behoort daarom tot de fundamentele inzet van dit tijdschrift.’

Ik nam indertijd een abonnement op ZfBeg en heb er geen dag spijt van gehad, temeer omdat we in Nederland een dergelijk tijdschrift ontberen. Een buitenland abonnement kost € 45, – of meer, al naar gelang u het tijdsschrift een goed hart toedraagt en bijdragen kunt, – Geschäftstelle ZfBeg (Freiburger Rundbrief), Postfach 5703, 79025 Freiburg i. Br. Duitsland, tel. + 49 (0)761-21 77 16 43, email: info@zfbeg.de

1 Zie voor een korte biografie: https://www.yadvashem.org/righteous/stories/luckner.html

Reinier Gosker

Een zomers tussendoortje

KUNST IN DE GROTE KERK TE EMMEN

Een uitgaanstip voor een bijzondere expositie.
T/m 7 september 2019 kunt u daar genieten van “TEGENDRAADS”
U ziet werk van zes Nederlandse textielkunstenaars: Roel Endendijk, Irma Frijlink, Hella van ‘t Hof , Ciska Jonkers, Marijke van Oostrum en Astrid Polman.

Toonaangevende hedendaagse textielkunst: zij tonen de veelzijdigheid van hun materiaal en hun unieke werkwijzen.
U treft o.a. aan grote wandkleden waarop met de naaimachine getekende bosschetsen , portretten van mensen en dingen geschilderd in naast elkaar liggende draden wol en katoen, objecten van geborduurd en uitgesneden vilt met een bijzondere schaduwwerking, foto’s bewerkt met traditioneel borduurwerk, foto’s waaraan een twist wordt gegeven met allerlei materialen e werk waarin borduursel en applicatie transparant is of tot reliëf uitgroeit.

Al deze technieken worden gebruikt om voor de kunstenaars relevante maatschappelijke en persoonlijke thema’s een plaats te geven.
Verwondering over de natuur en haar wonderlijke verschijningsvormen is een continue inspiratie, maar ook de kwetsbaarheid van de natuur en van de mens, verdriet en vergankelijkheid, het zelfbeschikkingsrecht van de vrouw. Harde , zware of confronterende onderwerpen worden zacht in textiel, bijna aanraakbaar.
De openingstijden van de kerk zijn: woensdag, donderdag en zaterdag van 13.00-17.00 uur.

Mocht u toch liever thuisblijven dan ik u het boek: HOMO DEUS, Een kleine geschiedenis van de toekomst, van Yuval Noah Harari van harte aanbevelen.

Douwe Jan Douwstra

Lid van de werkgroep

De naam Halter

De naam Halter

 Je leest een boek, in dit geval al voor de derde keer en dan zie je opeens op een bedrijfsbusje, dat jouw weg blokkeert, de naam Halter staan. Halter, die naam ken ik alleen van de schrijver Marek Halter.
In het boek  “De herinnering aan Abraham” beschrijft hij tweeduizend jaar geschiedenis van een joodse familie, zijn familie. Die begint op 31 augustus in het jaar 70 na Christus.  Abraham, de schrijver van de tempel vlucht met zijn vrouw en 2 jonge zoons uit het belegerde Jerusalem. Omdat hij schrijver is neemt hij ook zijn rollen papyrus mee. Op deze rollen worden eeuwenlang de geboorten en overlijden opgeschreven.
Als de boekdrukkunst zijn intrede doet wordt de rol een boek. De schrijvers uit de familie worden dan drukkers zoals de opa van Marek Halter die  het getto van Warschau in WO 2 niet overleeft. Na de oorlog vinden Marek en zijn ouders, die in 1942 door de hulp van “goede Polen” uit het getto zijn gevlucht het kistje met drukletters dat zijn opa had begraven, terug. Tweeduizend jaar van zich ergens vestigen om dan na jaren verder te trekken. Steeds is er een reden, meestal een slechte, zoals bv. het verbod op grondbezit, haat, het besluit om een gele lap te dragen zodat je als Jood herkenbaar bent. Steeds verder trekken om dan opnieuw te beginnen.. Heel Europa wordt doorkruist.
Het is  tevens  de geschiedenis van Europa met zijn vele zwarte bladzijden van Jodenhaat. De verhalen van de mensen op de rol van Abraham, ze worden doorverteld. Marek Halter heeft echter geen kinderen die hij de boodschap van Abraham de schrijver van de Tempel kan doorgeven, zoals dat eeuwen lang is gegaan, van vader op zoon.  Hij schrijft dit boek zodat wij het verhaal horen. Helaas is het boek niet meer in de handel.

Midden in het boek een klein intermezzo. We zijn dan intussen in de veertiende eeuw en de familie woont in Straatsburg en omgeving. Het is de tijd van de zwarte dood, van de pest.

Na een vergadering over de rechten van de mens in Parijs komt een vrouw naar hem toe die zegt dat haar meisjesnaam ook Halter is. Maar zij is Katholiek. Verder vertelt ze dat in de Elzas heel veel Halters wonen. Halter gaat nu naar Straatsburg en omgeving. De Halters die hij vraagt naar hun familiegeschiedenis voelen zich daar niet zo prettig bij. Uiteindelijk ontmoet  hij iemand die hem vertelt dat hij gelooft dat hij een telg is uit een joodse familie die eeuwen geleden bekeerd is. Deze man brengt hem in contact met een archivaris. Die is gaan zoeken en is aan het begin van de zeventiende eeuw een Halter tegen gekomen. Nee, geen jood want de man was beul van beroep en dat was een belangrijke functie en joden waren daarvan buitengesloten. Maar weet Marek wel wat de naam Halter betekent. Hem is vertelt dat Halter in het Duits betekent “degene die houdt”  waarschijnlijk schaapsherders. “Nee”,  zegt de gesprekspartner ”In de Elzas zijn de Halters degenen die het bevolkingsregister bijhouden”. Dat was een erebaan die van vader op zoon overging. De gesprekspartner dacht dat het joden betrof. De kerken hielden immers de registers bij van doop, huwelijken en begrafenissen. De oorsprong van de naam Halter ligt in de  Elzas.

Hierna wordt de familiegeschiedenis weer opgepakt. Na de pestepidemie brengt Abraham wonend in Benfeld, in de Elzas zijn tijd door met schrijven. Zijn taak is ook de registers van de synagoge bij te houden: geboorten, nieuwe leden, leden die naar elders vertrokken, sterfgevallen. Men noemde Abraham daarom “der Halter”, hij die de registers bijhield.

Halter, de naam op het bedrijfsbusje. Kent de eigenaar van het bedrijfsbusje het verhaal van zijn naam? En hoe zou hij het vinden dat hij waarschijnlijk een telg is uit een lang geleden bekeerde joodse familie? De meeste Halters in Elzas bleken er niet blij mee te zijn.

Wike Spoelstra-Postmus

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Pastores Leerhuis 2019-2020

Het Pastores Leerhuis is een Leerhuis voor predikanten en kerkelijk werkers.

In het seizoen 2019- 2020 gaat het Pastores Leerhuis van de Classicale Werkgroep Kerk & Israël verder met de bestudering van het boek ‘Deze wereld anders’ van Ton Veerkamp.

Opgave kan via deze website, of bij: Bien van Noord: bienvn@planet.nl

Data: 19 september 2019, 21 november, 16 januari 2020, 26 maart en 28 mei.
Tijd: 10:00 – 12:00 uur
Plaats: Synagoge te Zuidlaren
Kosten: € 40
Onder leiding van ds. Marien Grashoff en ds. Jelle van Slooten
Deelnemers ontvangen een leesrooster voor het boek en tijdens de bijeenkomsten aanvullende materialen. Continue reading “Pastores Leerhuis 2019-2020”

Welk beloofde land?

Zeer religieuze Israëlische kolonisten mogen graag teksten uit de Torah aanhalen om hun aanspraken op grond in Palestina, en daarbuiten, te legitimeren. Seculiere Joden kunnen  dat overigens met hetzelfde gemak doen, alsof de Torah een historisch archief van eigendomspapieren is. Op een bepaalde manier sluiten ze zo ook nog aan bij het middeleeuwse Europese wereldbeeld dat Jeruzalem zag als het centrum van de wereld, zoals bijvoorbeeld afgebeeld in deze 16e eeuwse Duitse wereldatlas.

Maar hoe gaan we nu om met die bijbels gelegitimeerde landaanspraken? Wat heeft God dan beloofd? De Torah, ofwel de vijf boeken van Mozes, is niet eenduidig over de landbelofte. Er zijn tenminste drie verschillende beloften af te leiden uit bijbelse teksten. Plus een onverwachte vierde mogelijkheid.

De belofte aan Abraham

Gods belofte aan Abraham (Genesis 15,18-21) trekt de grenzen heel erg wijd: van de Nijl tot de Eufraat. Overigens zijn niet alle volken die daar genoemd worden nog te identificeren of te lokaliseren. Dat geeft al aan dat de tekst niet zomaar letterlijk op de huidige situatie kan worden ‘toegepast’.

Opperrabbijn Binyomin Jacobs benadrukt dat de belofte aan Abraham twee kanten heeft: God verbindt zich via het beloofde land met het Joodse volk, en omgekeerd is het Joodse volk via God verbonden met het land. Daaruit concludeer ik dat de belofte dus asymmetrisch is: van Gods kant ‘om niet’, maar van de kant van het volk ‘voorwaardelijk’.

De belofte aan Abraham is een verbond dat God sluit en dat is blijvend. Maar dat is niet hetzelfde als een eigendomsbewijs in de tegenwoordige juridische betekenis. Want het land bezitten is geen doel op zich en het blijft sowieso Gods eigendom. Het volk neemt het in bezit als ‘zwervers en bijwoners’ (Leviticus 25,23). De enige keren dat we lezen over eigendom betreft het kleine stukken grond: de spelonk van Makpela bij Hebron als graf voor Sarai (Genesis 23,12-18) of een veld bij Sichem als woonplaats voor Jakob (Genesis 33,18-19).

Dat het volk in het land zal wonen staat vast, maar dat dient eerst en voor alles ertoe dat zij daar zullen leven naar de inzettingen en geboden die God geeft (zie bv. Psalm 105,8-11 en 44-45). Dus: vrede stichten, gerechtigheid doen, geen afgoden dienen, liefde en trouw oefenen, enzovoort. In het ‘hart’ van de Torah, het boek Leviticus, wordt uitdrukkelijk gewaarschuwd, dat het niet doen van de geboden ertoe kan leiden dat het land het volk zal ‘uitspugen’ (Leviticus 18,26-28 en 20,22 – het staat precies vóór en ná het centrale hoofdstuk 19 over de levensheiliging!).

De grenzen van het beloofde land

Verderop in de Torah worden de grenzen van het beloofde land beschreven (Numeri 34,3-12). Ook daar blijft de exacte topografie voor een deel onduidelijk – met name aan de noordelijke grenzen – maar in ieder geval wordt de omvang een stuk kleiner geschetst dan bij de belofte aan Abraham.

De letter van de Torah geeft ook zelden de doorslag. Het gaat om de doorgaande utleg, de gesproken Torah, met name de bijeengebrachte rabbijnse uitleg in de Talmoed. Maar ‘uitleg’ begint ook al in de bijbel zelf.

Het boek Jozua wordt in de Joodse traditie beschouwd als een profetisch boek en profetie betekent actualisatie, aanscherping en zelfs correctie op wat er in de Torah staat geschreven. Uitleg dus.

Het gebied van de stammen

In Jozua 13,1-7 wordt opnieuw een schets gegeven van de grenzen van het beloofde land. Die zijn weer anders dan in het voorgaande en opnieuw wordt het beloofde land daarmee kleiner.

In het vervolg, tot aan Jozua 21, wordt in detail de omvang beschreven van het gebied van de stammen. In het zuiden ziet de grens er dan heel anders uit. In het noorden reikt die niet voorbij de huidige Golanhoogte. Maar naar het oosten worden delen van het huidige Syrië en Jordanië er wel weer bijgetrokken.

In de praktijk wordt deze kleinste optie voor wat ‘het beloofde land’ mag heten door de meeste rabbijnen aangehouden.

Let op: ook hier is het topografisch niet zo helder als een simpel kaartje kan doen voorkomen.

De belofte aan Jakob

Maar wat is dan dat ‘beloofde land’? Er is nog een Torah-tekst die in overweging genomen kan worden.

Als Jakob wegvlucht voor de terechte woede van zijn broer Esau, legt hij zich bij Bethel (‘Huis van God’) te slapen. Daar krijgt hij een visioen van een ‘ladder’ van de aarde naar de hemel, waarover engelen omhoogklimmen en weer afdalen. En Jakob hoort God. Die belooft hem een behouden terugkeer en ‘de grond waarop jij slaapt’ (Genesis 28,12v). Kortom: een vierkante meter, genoeg om op te slapen. En die vierkante meter pakt Jakob de volgende morgen als het ware in zijn reiszak om het alle jaren van ballingschap bij oom Laban met zich mee te dragen.

Dat het Joodse volk altijd verbonden was, is en zijn zal met het land dat Palestina genoemd kan worden, staat vast als een historisch feit èn als een zaak van oprecht geloof. Dat zijn twee categorieën die je niet ongestraft door elkaar kunt halen.

Uit de bijbelse teksten komt in de eerste plaats een geloof naar voren, een geloof dat in alle opzichten verbonden is met het concrete leven van Joden en hun buren. Dat concrete leven kan delen in die belofte aan Abraham wanneer het Gods geboden serieus neemt. En wie als niet-Joden willen delen in die belofte en die zegen, zullen zelf ook die geboden ter harte moeten nemen. Door dat te doen kan een land werkelijk ‘beloofd land’ worden. Maar ‘bijbelse eigendomsakten’ bestaan niet.