Holocaust Memorial Day 2019

Holocaust Memorial Day 2019

Op 27 januari 1945 werd het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau in het door Duitsland bezette Polen bevrijd. Op 1 november 2005 riep Kofi Annan, toenmalig secretarisgeneraal van de Verenigde Naties, de bevrijdingsdatum van Auschwitz uit tot een dag van herdenking: The Holocaust Memorial Day. De VN heeft de dag ingesteld ter herinnering aan de Holocaust toen niet alleen Joden, maar ook Sinti en Roma werden vervolgd, op transport gezet en vergast of anderszins vermoord. Wereldwijd worden de slachtoffers herdacht van de Holocaust en andere genociden zoals die in Cambodja, Rwanda, Srebrenica en Darfur. Auschwitz is uitgegroeid tot universeel symbool voor de massavernietiging van onschuldige burgers.

 De Nationale Auschwitz Herdenking wordt in ons land georganiseerd door het Auschwitz Comité en is sinds 2006 uitgebreid met de Holocaust Memorial Day. De Herdenking vindt plaats bij het Spiegelmonument Nooit Meer Auschwitz van Jan Wolkers in het Wertheimpark te Amsterdam. Het moderamen van de generale synode van de Protestantse Kerk in Nederland is jaarlijks aanwezig bij de Nationale Holocaustherdenking.

Terwijl ik suggesties aan het bedenken ben voor de liturgie van zondag 27 januari 2019, de jaarlijkse Holocaust Memorial Day, verscheen er een bericht op mijn computerscherm: “De Joden in Europa voelen zich steeds meer bedreigd door toenemend antisemitisme”. Dat stelde het European Jewish Congress vast op een bijeenkomt in de Oostenrijkse hoofdstad Wenen (22 november 2018). “De zowat 1,5 miljoen joden in Europa worden steeds vaker geconfronteerd met incidenten van antisemitische aard”, zei Ariel Muzicant, de vicevoorzitter van European Jewish Congress. Een van de oorzaken die genoemd werden, is de ‘normalisering’ van de Jodenhaat die dreigt te ontstaan door veelvuldige opmerkingen op sociaalnetwerksites. “Die opmerkingen worden gewoon aanvaard, er is geen weerstand”, zo luidde de kritiek. Op https://www.protestantsekerk.nl/actueel/nieuws/het-woord-jood-is-een-scheldwoord-geworden kunt u een artikel van Eeuwout Klootwijk, werkzaam voor Kerk en Israël/joods-christelijke relaties, vinden over ‘Het woord Jood is een scheldwoord geworden’

Wat wij kunnen doen is de slachtoffers van de Holocaust eren door wel weerstand te bieden aan bovengenoemde trend. Bijvoorbeeld door op de zondag van de Holocaust Memorial Day er aandacht aan te besteden bij de gebeden:

Voor u God, belijden wij onze onmacht
om in vrede met elkaar op aarde te leven.
Gij ziet en hoort hoe mensen elkaar bejegenen,
elkaar verachten, minachten en discrimineren, –

hoe zelfs na de zwartste bladzijden van onze geschiedenis
die vertellen over de moord op zes miljoen Joden
in Auschwitz, Sobibor en tal van andere plaatsen,
het antisemitisme toch weer de kop opsteekt

maar ook – hoe velen gehoor geven
aan de roep van een Joods mensenkind
dat de wereld wilde redden van haar teloorgang
van haar zonden, hebzucht, haat en geweld.

Dankzij hem is nog altijd de echo te horen
van ‘vrede op aarde’ en ‘ere zij God’,
omdat hij sprak over ‘uw Rijk dat komende is’.
Móge het komen nog in onze dagen!

In déze tijden tussen hoop en wanhoop
houden wij ons vast aan zijn gebod
U lief te hebben én de naaste
die is als wijzelf.

Bovenstaande woorden (aangepast naar eigen goedvinden) zou je kunnen meenemen in de dank- en voorbeden na een korte toelichting op de Holocaust Memorial Day, – zie kader. Wellicht kun je de gebeden beginnen of besluiten met het zingen van Lied 994, of één van de Liederen 770, 859, 992 uit het Liedboek ‘Zingen en bidden in huis en kerk’.

Reinier Gosker (voorzitter KIOF) 

 

Een nacht Markovitsj

Boekbespreking van Eén nacht, Markovitsj door Ayelet Gundar-Goshen

Ayelet Gundar-Goshen ( 1982, Israël) studeerde aan de universiteit van Tel Aviv psychologie. Na het behalen van haar Master of Arts studeerde ze film-  screenwriting aan de Sam Spiegel Filmschool in Jerusalem.

Voor haar roman Eén nacht, Markovitsj kreeg zij in 2012 de Israëlische Sapir Prijs voor het beste debuut. De Nederlandse vertaling verscheen in 2015. Shulamith Bamberger kreeg voor deze vertaling een projectsubsidie van het Nederlands Letterfonds.

Op bezoek bij haar schoonfamilie in een dorp in de buurt van Tel Aviv hoort ze het verhaal over een groep mannen uit het dorp die naar Nazi-Europa trokken om vrouwen te trouwen om hen zo te helpen vluchten.  Terug in Israël volgde dan direct de scheiding. Er was echter een man die niet wilde scheiden en  de vrouw tegen haar wil aan zich bond. Dit gegeven heeft de schrijfster in dit boek uitgewerkt. Dat de schrijfster naast psycholoog en therapeut ook filmscenario’s schrijft is duidelijk merkbaar. Ze zit in het hoofd van haar personages. Ze gebruikt korte zinnen en beeldtaal, maar vol humor.

Het boek begint eind jaren dertig in een dorp ergens in Galilea.  Ze’ev Feinberg, de man met de grote snor en adjunct commandant Efraim Hendel hebben elkaar ontmoet tijdens een illegale overtocht naar Palestina. Ook Jacob Markovitsj komt uit Europa. Hij praat met de duiven en leest Jabotinsky*. Hij is uitermate geschikt voor het smokkelen van wapens. Als je hem gezien hebt weet je niet meer hoe hij eruit ziet. Sonja de geliefde van Feinberg heeft gezien hoe een man, die een drenkeling wilde redden zelf de dood vond. Dan zijn er ook nog de slager Abraham Mandelbaum van wie “Weinigen wisten dat hij ’s nachts in zijn slaap zijn heimwee in het Pools uithuilde, onbestemde zinnen over een wit lammetje murmelde, over een suikerspin en de gemeenheid van de kinderen.( 16-17)”  Zijn vrouw Rachel Kanzelputt kan het geluid van de brekende schedel van een oude joodse man die in Wenen door jongetjes werd gepest en geschopt niet uit haar hoofd krijgen.

Ze’ev Feinberg en Markovitsj worden door de adjunct naar Duitsland gestuurd om daar te trouwen met joodse vrouwen die op die manier naar Palestina mogen. Intussen wordt de adjunct hopeloos verliefd op Sonja, de naar sinaasappels ruikt. Markovitsj trouwt met de mooie Bella. Terug in Israël weigert Markovitsj van haar te scheiden. En Bella weigert Markovitsj als haar man te accepteren. Markovitsj vergelijkt zijn liefde voor en zijn weigering  om van Bella te scheiden met het land. “Denk je dat het land ons wil? Denk je dat het onze liefde met liefde beantwoordt? Kletskoek! Het kotst ons keer op keer uit, het stuurt ons naar de hel, hakt genadeloos op ons in……….Hoor je iemand zeggen: “Als het land ons niet wil, dan ga ik weg? Hoor je iemand zeggen dat het land vanaf het allereerste moment van je af wil? Nee, je houdt je uit alle macht vast en je hoopt. Je hoopt dat het land uiteindelijk om zich heen kijkt en ons ziet en zegt: “Die daar, Die wil ik”.pag 110

De vrede in 1945 betekent geen vrede in Palestina. Zowel Markovisj, Feinberg als de slager vechten in de onafhankelijkheidsoorlog.  Feinberg, wordt door de adjunct weer naar Duitsland gestuurd om zich daar te voegen bij een groep Joden die jaagt op oorlogsmisdadigers. Feinberg redt een dochter( een baby) van een oorlogsmisdadiger en neemt haar mee naar huis.

Tien jaar later. De kinderen, pubers op weg naar avontuur, zijn in de woestijn verdwaald. Uitgedroogd worden ze door Feinberg, Markovisj en de adjunct teruggevonden. Als Markovits ’s avonds  met Bella in de taxi  naar huis rijdt vraagt hij zich af: mijn vuist kan dat ook weer een hand met 5 vingers worden? Dan zal Bella vertrekken. Maar wat betekent dat voor mij? Moet ik dan mijn land verlaten? Hij geeft Bella de vrijheid. Zij pakt haar spullen in en schuift dan bij Markovisj onder de dekens. Eén nacht. En daarna vertrekt ze. En dat was een goed slot geweest. Maar de schrijfster voegt nog 2 hoofdstukken toe.  Een hoofdstuk over het verdere leven van de adjunct en het laatste hoofdstuk n.a.v het overlijdensbericht van Jacob Markovits. Nog wel de duiven maar geen Jabotinsky.

Het boek lijkt het verhaal van het land, van het volk. Een vuist die niet loslaat. Zal het verjagen van de Arabieren vrede betekenen? Adjunct Efraïm, weet beter. Het  enige waar hij goed in was dat deed hij geregeld: Arabieren doden. Op een feest hoort hij de mensen zeggen: “We hebben ze uit Lod verjaagd, we hebben ze uit Jaffa verdreven, nu zal het land veertig jaar rust hebben”. De adjunct verstijfde halverwege een knik. “Nee”, zei hij, “dat zal het niet”…….Hij had een vrouw gezien die haar dode kind probeerde te zogen. En toen hij in haar ogen keek, toen hij in de ogen van alle Arabieren keek, was het alsof hij zijn eigen ogen in de spiegel zag. Want hij herkende de blik. De blik van iemand die datgene wat hem het allerdierbaarst is aan een ander heeft verloren. (Pag. 210)

*Ze’ev Jabotinsky ( 1880- 1940) geboren in Odessa. Enkele punten uit zijn leven. Hij schreef in 1934 een ontwerp-grondwet voor de Joodse staat die verklaarde dat Arabieren op gelijke voet zouden staan met hun Joodse tegenhangers “in alle sectoren van het openbare leven van het land”. De twee gemeenschappen zouden de taken van de staat delen zowel militaire als civiele dienst, en genieten van haar prerogatieven. Verder stelde hij voor dat het Hebreeuws en het Arabisch dezelfde status zouden hebben, en dat “in elk kabinet waar de premier een jood is, het vice-premierschap aan een Arabier zal worden aangeboden en vice versa.In 1936 bereidde  hij het zogenaamde “evacuatieplan” voor, dat de evacuatie van de gehele Joodse bevolking van Polen, Hongarije en Roemenië naar Palestina  vereiste. ( bron Wikipedia)

Nooit meer terug naar dat land

Nooit meer terug naar dat land – door Uta Gerhardt en Thomas Karlauf
Verhalen over de Kristallnacht 1938  – ISBN 9789023458715

Op een oproep van de universiteit van Harvard in 1939 aan joden die net uit Duitsland waren geëmigreerd om hun ervaringen uit de Kristallnacht van 9 op 10 november 1938 op papier te zetten reageerden meer dan 250 emigranten. De publicatie van de verhalen werd verhinderd door het uitbreken van de oorlog.
Een paar jaar geleden kwamen de verhalen weer boven water. De verzamelde verhalen over de discriminatie, vernederingen, de onmenselijke toestanden in overvolle cellen en kampen zijn even gruwelijk als aangrijpend. Honderden kwamen die nacht om en 30.000 werden opgesloten.

Uta Gerhardt is sociologe en doceerde aan de universiteiten van Berlijn, New York, Londen en Harvard.                                                                                                                                                                                  Thomas Karlauf is auteur en was 10 jaar redacteur van Castrum Peregrini.

Een kleine greep uit de verhalen:

“03.00 uur
Ik riep tegen mijn vrouw: niet schrikken, het zijn mensen van de Partij, blijf vooral rustig. Toen ging ik in pyjama naar de voordeur en deed open. Een walm van alcohol sloeg me tegemoet en de bende drong het huis binnen. De telefoon werd in één keer van de wand gerukt. Een leider van de zwarte SS , wiens gezicht groen zag van de drank, zette zijn pistool, dat hij voor mijn ogen ontgrendelde, tegen mijn voorhoofd en lalde : weet je waarom we hier zijn smeerlap. Ik antwoordde nee en hij vervolgde : vanwege die smeerlapperij in Parijs ( de aanslag op de diplomaat Von Rahn) waar jij ook schuldig aan bent. Als je het waagt je te verroeren knal ik je neer als een varken.
De pesterijen gaan door en het hele huis wordt op de kop gezet.”

“In Neurenberg kreeg de hele SA het bevel rond middernacht in vol ornaat  aan te treden op de Marktplatz.
Wij woonden in een groot blok, eigendom van mijn familie met een grote lege binnenplaats met achterhuizen en opslagplaatsen. Tegen  drie uur in de ochtend schrokken wij, mijn vrouw en ik wakker. Bij de voordeur hoorden wij een vreselijk gebrul. Ik zag in het donker een stel mensen voor het huis staan: Open maken , meteen open maken. Ik belde met het Hoofdbureau van Politie : Een hoop gepeupel probeert mijn huis binnen te dringen.  Bent u Arisch vroeg een vrouwenstem. Nee antwoordde ik. Zonder enige toelichting werd de verbinding verbroken.
De volgende avond kwam een agent: het spijt me ik moet u arresteren. Op het politiebureau zeiden ze tegen mijn vrouw: Ga maar naar huis. U zult uw man misschien na een paar jaar dwangarbeid in een concentratiekamp terugzien als hij dan nog leeft.”
Het transport naar de gevangenis vond plaats per open auto, terwijl het bitter koud was. Toen we aankwamen werden we naar een cel gebracht waar al zo’n zestig mannen stonden. De geur van natte kleren en koud en bedorven eten hing zwaar in de lucht. Ik werd als eerste begroet door een mij bekende oogarts met zijn zoon, een kleine bleke jongen die acht dagen eerder zestien jaar geworden was. Beiden waren gekleed in pyjama. Ze waren van hun bed gelicht en mochten geen kleren aantrekken en geen afscheid nemen van vrouw en moeder. Vier dagen later werd het kind van de zijde van zijn vader weggehaald en in pyjama en op pantoffels naar het concentratiekamp in Dachau gebracht.”

Als u denkt : moet dit na 80 jaar nog steeds herhaald worden dan ontraad ik u ten stelligste de gruwelijke dagboek verhalen te lezen. Als u daarentegen van mening bent dat het herdenken van die nacht en het aangerichte kwaad  een waardevolle zaak is dan zijn de verhalen meer dan de moeite waard om te lezen.

Van harte aanbevolen.
D.J.Douwstra
lid Werkgroep Kerk en Israël Noord

Synagogelezing door Bart Wallet

Christenen en het probleem van het antisemitisme
18 oktober 2018 synagoge Zuidlaren
spreker: dr. Bart Wallet, Amsterdam
13de synagogelezing

         Inleiding

‘Antisemitisme’ is een gelaagd thema, met veel actualiteitswaarde. Het is van alle tijden en plaatsen. Er is altijd een onderstroom van jodenhaat geweest. Anti-joodse beelden zijn deel gaan uitmaken van ons collectieve geheugen; we vallen er telkens op terug.
Tegelijkertijd is het politiek antisemitisme een relatief nieuw verschijnsel (ca. 1875). Deze ideologie put uit de onderstroom van jodenhaat.

         Opzet van de lezing

  1. Betekenis van de term – de bron – de relatie met het christendom
  2. Middeleeuwen en Reformatie, toegespitst op Nederland
  3. De 19de en 20ste eeuw

 

  1. De term ‘antisemitisme’

Het antisemitisme in Europa was en is alleen tegen joden gericht. Want in Europa waren de enige afstammelingen van Sem die daar woonden, de joden.
In 1875 komt de term ‘antisemitisme’ op. Een bepaalde politieke groepering ging zich ‘antisemitisch’ noemen. Op weg naar een betere samenleving in Europa keerde deze groep zich tegen de joden, want: joden zijn ‘de ander’. Joden verbreken de eenheid in de samenleving; zij zetten alles naar hun hand.

Naast dit politiek antisemitisme, dat dateert uit de 19de eeuw, bestaat het al veel oudere sociaal antisemitisme. Een vergaarbak waarin allerlei anti-joodse beelden en overtuigingen verzameld zijn. We zijn ons niet altijd van dit gedachtegoed bewust, maar opeens, in een concrete situatie, komt het boven. Bijvoorbeeld: de bankencrisis, de Lehman Brothers Bank. Joden en geld gaan altijd samen… En stereotiepen, zoals ‘het joodje’ in de literatuur van vóór 1950.

Naast het politiek en het sociaal antisemitisme bestaat er nog een derde vorm: het religieus antisemitisme. De discriminatie van joden op religieuze gronden. Hoe is deze discriminatie ontstaan?

 De verhouding tussen jodendom en christendom

Wallet ziet deze verhouding als die tussen tweelingbroers.
De Grieken en Romeinen hadden enerzijds respect voor de joodse cultuur want die was net als die van hen eeuwenoud. Anderzijds vonden zij de joden lastig. Judea was een lastig gebied, bewoond door onrustzaaiers.
In het jaar 70 wordt de tempel in Jeruzalem verwoest. Het centrum van het jodendom is daarmee verdwenen. Van de vijf tot dan bestaande stromingen in het jodendom verdwijnen er drie: de Sadduceeën, de Essenen, de Zeloten. Over blijven de Farizeeën en de Jezusbeweging. En deze twee gaan elk hun eigen weg. De beide tweelingbroers worden twee religies. Beide vinden zij hun eigen antwoord op het wegvallen van de tempel.

In het rabbijnse jodendom (< Farizeeën) neemt het gebed de plaats in van de offerdienst. In het ochtend-, middag- en avondgebed worden passages uit de Torah over de offers opgenomen.
In de Jezusbeweging komt hét offer centraal te staan: het offer van Christus. Lees Hebreeën! Aan het altaar draagt de priester het offer op: de eucharistie.

De tempel in Jeruzalem is dan wel verwoest, maar in zowel het jodendom als in de Jezusbeweging is de tempel flexibel geworden. De tempel kan overal zijn.

Nog steeds zijn dan jodendom en christendom twee minderheidsgroepen in het Romeinse Rijk. En voorlopig, tot ongeveer 600, zijn ze nog met elkaar in gesprek.
Maar al in het begin van de tweede eeuw schiet dé wortel van het antisemitisme op: de beschuldiging van Godsmoord aan het adres van de joden. “Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen.” Matteüs 27:25

Een exponent is Melito van Sardes, 180, en later Chrysostomus. Augustinus e.a. zien nog wel wat positiefs in de joden: hun kennis van het Hebreeuws.
Vanaf Constantijn de Grote, in de vierde eeuw, wordt het Romeinse Rijk langzamerhand christelijk. De kerk krijgt macht. De kerk, die “uit alle volken” is. Het jodendom kiest ervoor de band tussen volk en religie vast te houden.
De vraag daarbij: wie is de echte opvolger van het aloude jodendom? Wie is het ‘ware Israël’? Zowel het rabbijnse jodendom als het christendom grijpen voor hun legitimatie terug op het verhaal van de tweelingbroers Jakob en Esau. Wie is het verus Israel?

  1. Middeleeuwen en Reformatie

De Middeleeuwen ca. 1000

De crucifixen tonen steeds meer het bloed van Jezus. Het zgn. bloedsprookje ontstaat. Joden zouden het bloed van christenkinderen gebruiken voor de bereiding van de matzes voor Pesach.

De latere Middeleeuwen

Er werd een koppeling gelegd tussen joden en geld. De joden mochten geen onroerend goed bezitten. Ook mochten ze geen lid van de gilden zijn.
Zij kregen het monopolie op de geldhandel. Want zij mochten, in tegenstelling tot de christenen o.g.v. hun interpretatie van een tekst uit Deuteronomium, wèl rente vragen. Zo kregen de joden de naam van woekeraars.

De Reformatie

Gaat de Reformatie nu het verschil maken? Nee, niet echt.
1517: Luther staat aan de basis van de vrijheid, ook voor die an de joden. “Dass Jesus Christus ein geborener Jude ist.”
De gedachte van Luther was: Nu de kerk hervormd is, moeten de joden toch wel christen worden. Jezus was een jood, dus wat let jullie joden om christen te worden? Maar zijn houding wordt steeds negatiever. Joden staan voor de wet, net als de katholieken, de protestanten staan voor het evangelie. Ook de jonge Luther hanteert dit schema al.
Op het eind van zijn leven verwijst Luther in zijn boekje “Over de verborgen naam” naar een middeleeuws beeld aan de slotkerk te Wittenberg: een zeug die haar kinderen te drinken geeft, de joden….
Luther pakt dit beeld zonder kritiek op, net als het bloedsprookje. Hij schrijft tegen de joden om de christenen tegen hen te beschermen.

Later heeft de gereformeerde theoloog Voetius (17de eeuw) het nog steeds over de Godsmoord, het bloedsprookje, en ‘joden zijn afpersers’.

De Reformatie bracht wel iets positiefs: de Bilblia Rabbinica, 1517 Venetië, uitgave van Bomberg. Een gezamenlijk project van joden en christenen op basis van Hebreeuwse teksten (Torahrollen) uit Spanje en Portugal. Deze bevatten de Hebreeuwse Bijbeltekst plus commentaren van rabbijnen.
Het was een revolutionaire verandering! De grondtekst van de Bijbel werd gebruikt, niet meer de Latijnse Vulgata, en zo veranderde de canon. De deutero-canonieke boeken waren niet langer meer gezaghebbend.
De dominees leerden de originele Bijbeltekst in het Hebreeuws en Grieks, met rabbijnse commentaren. De kanttekeningen uit de Statenvertaling (1637) zijn selecties uit deze rabbijnse commentaren.

  1. Negentiende en twintigste eeuw

Tot 1796 was Nederland een lappendeken wat de tolerantie ten aanzien van de joden betreft. In Amsterdam, Leeuwarden, Zwolle mochten joden wonen. In Zwolle waren zelfs de gilden voor hen toegankelijk. Utrecht, Deventer, Tilburg waren voor joden verboden. In Drenthe was het aantal joden wettelijk gelimiteerd. Slechts een paar joden woonden er.

Ca. 1875 was het politiek antisemitisme opgekomen. In de christelijk-sociale traditie wordt sociaal antisemitisch gedachtengoed zichtbaar.

Er lag een sociaal probleem in de samenleving. De eenheid van het volk is weg. Er is individualisering, armoede, ontmenselijking. De wortel van dit probleem ligt in de Franse revolutie. Daar dacht men vanuit het individu, en niet vanuit groepen. Er zijn alleen nog maar ‘burgers’, en die zijn allemaal gelijk!

De christelijk-sociale traditie – waaruit de anti-revolutionaire partij is ontstaan – keerde zich tegen de beginselen van de Franse revolutie en zag een probleem. Want waar blijft de samenleving, als het alleen maar om het individu gaat? Voor de christelijke samenleving die zij beleed, waren joden een probleem, want zij maakten inbreuk op die samenleving. Maar ze moeten wel gelijkwaardig zijn vanuit het revolutionaire beginsel… Hoe dit probleem te hanteren?

Het Réveil. Er is verschil tussen het Amsterdamse en het Haagse Réveil.

Da Costa (Amsterdam) zag het als zijn taak christenen te genezen van het antisemitisme. Groen van Prinsterer en later Hoedemaker (Den Haag) wilden de christelijke identiteit van de natie beschermen.

Abraham Kuyper vond dat de joden te veel invloed hadden, o.a. in het bankwezen. Maar hij zette de stap naar het politiek antisemitisme niet. Hij was een voorstander van pluralisme: mèt de rooms-katholieken en mèt de joden.

De Christelijk-Historische Unie wilde het oude karakter van het hervormde volk herstellen. Hoedemaker: Nederland is een protestantse, hervormde natie; joden zijn geen onderdeel van de Nederlandse natie. Ze wonen hier wel, maar als gasten. Ze vormen een eigen, aparte natie.

Deze toch antisemitische ideeën zijn niet opgenomen in de partijprogramma’s. De enige partij in Nederland die ooit echt antisemitisch is geweest, was de NSB.

De Wereldraad van Kerken, die dit jaar 70 jaar bestaat, stelde in zijn verklaring bij de oprichting in 1948: “Antisemitisme is een zonde tegen God”.

In 1968 is de pauselijke encycliek Nostra Aetate uitgevaardigd. Daarin werd de beschuldiging van Godsmoord ingetrokken.

         Uitleiding

Het is een blijvende opdracht aan kerk en christenheid: hoe verbinden wij ons als gelovigen in Christus met de joden, met Israël?

Deze samenvatting van de lezing van dr. Wallet is gemaakt door Ineke Thurkow. Ze heeft daarvoor tevoren toestemming gekregen van dr. Wallet. De toestemming geldt ook de plaatsing op www.kerkenisraelnoord.nl