Qumran en de Dode-Zeerollen

Qumran en de Dode-Zeerollen

Van 20 tot 31 januari van dit jaar nam ik deel aan een studiereis voor predikanten naar Israël. De reis ging uit van het Centrum voor Israël Studies (CIS) en de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) en stond o.l.v. prof. dr. Dineke Houtman. Een heel inspirerende reis, met fijne collega‘s. Op vrijdag 24 januari brachten we een bezoek aan de ruïnes van Qumran. Ze liggen aan de noordwestoever van de Dode Zee. We keken er rond en Dineke hield daar een inspirerende lezing. Over de inhoud ervan gaat het volgende stuk.

Wie aankomt in Qumran ziet ruïnes en denkt bij zichzelf: wat is hier nu zo bijzonder aan? Behalve dat je mooi uitzicht hebt op de Dode-Zee en het land dat daarachter majestueus omhoog springt en je verbaast over de plantages die midden in de woestijn staan. Waarom zijn die ruïnes zo beroemd? Dat komt door de vondst van grote aantallen belangrijke handschriften uit de tijd van Jezus. Ze geven ons een beeld van de bijbelse handschriften die toen in omloop waren en vertellen ons over een van de belangrijke religieuze stromingen uit Jezus’ tijd: de Essenen. Dineke vertelde ons over de nederzetting, de bewoners en de handschriften. Om het niet te lang te maken neem ik u mee naar het derde onderdeel van haar lezing: de tekstvondsten.

Daar gaat natuurlijk het verhaal van de vondst aan vooraf. In maart 1947 zochten Bedoeïen een kilometer ten noorden van de huidige ruïne naar een verdwaalde geit. Daar ontdekten ze een ruime grot die verborgen lag (8 meter lang, op zijn breedst 2 meter en 2.50 tot 3 meter hoog). De grot lag verborgen achter een rotsspleet. De grond lag vol scherven, maar daarnaast was er ook een aantal grote kruiken waarin perkamenten rollen staken die gewikkeld waren in was en pek. Het bleken oude Hebreeuwse handschriften te zijn. De stamoudsten besloten de rollen te verkopen in Bethlehem en ze kwamen in het bezit van een handelaar en een antiquair. In 1947 kocht de aartsbisschop van het Sint-Markusklooster te Jeruzalem van de handelaar vier rollen. Geraadpleegde deskundigen stelden al snel de onschatbare waarde van de handschriften vast. Drie andere rollen werden in november door de antiquair verkocht aan de Hebreeuwse Universiteit. In April 1948 verschenen de eerste berichten over de spectaculaire vondsten in de pers. Er begonnen zoektochten naar mogelijke andere grotten in de buurt. Tot 1956 werden in totaal 11 grotten met teksten gevonden.

Tegenwoordig zijn nagenoeg alle Dode-Zeerollen in Israëlische handen. Terecht natuurlijk, want het zijn van oorsprong Joodse documenten. In 1990 werd de Nederlands-Israëlische geleerde Emanuel Tov het hoofd van het onderzoeksteam. Vanaf dat moment kwam het onderzoek in een stroomversnelling. Tov breidde het team uit tot zestig mensen. De teksten werden in hoog tempo geconserveerd, gedigitaliseerd en vertaald. Tov!

De bibliotheek bevatte drie soorten boeken:
(1) De Bijbel en Bijbeluitleg, met o.a. de Psalmen, Deuteronomium en Jesaja;
(2) Gemeenschapsregels van de gemeenschap van Qumran, de Essenen, bijv. liturgische teksten;
(3). Varia, bijv. brieven en contracten.

We richten ons op die eerste groep: de bijbelse handschriften. Deze vondsten zijn van groot belang voor ons beeld van de wordingsgeschiedenis van de Bijbel. Het bevestigd allereerst dat de teksten van de bijbel heel oud zijn en al die tijd heel zorgvuldig zijn overgeleverd. Tot de vondst van de Dode-Zeerollen was namelijk het oudst bekende Bijbelhandschrift de Aleppocodex uit 920. Dat is een zogenaamde Masoretische tekst, de standaardtekst in het Jodendom. Met de vondsten uit Qumran is er nu materiaal dat maar liefst 1000 jaar ouder is! Er zijn ruim 200 langere en kortere Bijbelteksten gevonden in Qumran. Uit het onderzoek van de Bijbelteksten wordt duidelijk dat de Masoreten hele nauwkeurige overleveraars waren. Er zijn teksten gevonden in Qumran die heel veel lijken op de middeleeuwse handschriften. Ze worden daarom proto-masoretische handschriften genoemd.

Maar er is nog meer duidelijk geworden door de vondst van de rollen. Er zijn ook andere teksten gevonden waaruit blijkt dat de masoretische tekst niet de enige was. Dat er andere bijbelse tradities zijn wisten we al voor de vondst van de Dode Zeerollen: de Samaritaanse Pentateuch (de vijf boeken van Mozes) en de Septuagint (de door Joodse geleerden in het Grieks vertaalde Hebreeuwse Bijbel). In Qumran zijn van alle drie tradities, de Masoretische, de Samaritaanse en de versie die ten grondslag lag aan de Septuagint, resten gevonden. Er is zelfs een vierde tekstversie gevonden. Dus er waren in de tijd van Jezus verschillende ‘bijbels’ in omloop. Daaronder bevond zich de Septuaginta die uit de kringen komt van het Hellenistische Jodendom, een tak van het Jodendom die later in de geschiedenis van het Joodse volk geen voortzetting heeft gekregen. Daarbinnen, binnen die stroom van Hellenistisch Jodendom, is het christendom opgekomen. Denk aan Handelingen 2 waar verteld wordt hoe uit de groep van de in Jeruzalem aanwezige Hellenistische Joden, mensen komen tot het belijden van Jezus als hun Heer. Dat pleit ook voor het serieus nemen van de Septuaginta met het oog op het lezen van de teksten in het Nieuwe Testament. Wat stellig geponeerd: de schrijvers van de Nieuwtestamentische geschriften waren niet vertrouwd met de Masoretische tekst, maar met die van de Septuaginta. Wat niet wegneemt dat het goed is om beide teksttradities te lezen: die van de Masoreten en die van de Septuaginta en met elkaar te vergelijken. Sterker nog: de Masoretische tekst nemen wij als uitgangpunt als we uit het Oude Testament leven, maar het is goed om te beseffen dat het Christendom binnen het Hellenistisch Jodendom is opgekomen, een stroming die later is verdwenen. En het is goed om te weten dat uit die vele Joodse groeperingen die er in de tijd van Jezus waren: Essenen, Farizeeën, Sadduceeën, Sicariërs (Dolkdragers), het volk van het land, Hellenistische Joden, is het gaandeweg het rabbijnse Jodendom de drager geworden van de Joodse traditie. De vraag is in welke mate we thuis moeten zijn in de Talmoed. In elk geval moeten we de Talmoed als een rechtmatige voortzetting van de bijbel erkennen. Pas dan komen we voorbij de substitutieleer.

Ds. Leon Eigenhuis uit Lermele

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail